Posts tonen met het label Klijnsma. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Klijnsma. Alle posts tonen

donderdag 21 augustus 2014

HOE VERMINDER JE HET AANTAL MENSEN IN DE BIJSTAND (WWB)?

Het is tijd voor een paradigmashift over uitkeringsgerechtigden.
Ruim 1 miljoen uitkeringsgerechtigden in de WWB en Wajong worden de laatste tijd systematisch weggezet als onwillig om (weer) aan het werk te gaan.
Was bijstand ooit een wettelijk grondrecht voor hen die niet in hun bestaan kunnen voorzien, nu is het een gunst geworden, waar een tegenprestatie tegenover gesteld moet worden.
Die tegenprestatie verwordt op veel plaatsen tot een wedstrijdje uitkeringstrekkers pesten: de sollicitatieplicht en de strafkorting voor de niet goed geklede sollicitant zijn vaak alleen maar frustrerend.
Want laten we wel wezen: uitkeringsgerechtigden moeten op de arbeidsmarkt concurreren met mensen die zoeken vanuit een baan, met pas afgestudeerden en ervaren ouderen, met ZZP-ers, mensen in de WW en een groeiende groep vrijwilligers.
Een groot deel van de mensen in de Bijstand zoekt een baan aan de onderkant van het loongebouw. Dat deel staat juist onder zware druk. Eenvoudige administratieve functies gaan naar het buitenland, chauffeurs en appelplukkers halen we uit het Oostblok, de robots rukken op, al langer in de industrie, maar nu ook in de zorg. De alfahulp en de mantelzorger zijn het goedkope alternatief voor de verzorgende, op de buurtbus rijdt een vrijwilliger, enz.
De keuzes voor een sollicitant worden gemaakt door het bedrijfsleven en non-profit organisaties.Beide staan onder zware financiële druk en kiezen daardoor gedwongen voor veiligheid.
Dat maakt de kansen voor mensen, die al een tijd buiten het arbeidsproces staan, vaak met een handicap, bijzonder klein.
Daar helpt geen cursus netwerken, CV opleuken of een knappe outfit bij.

Wat doen de gemeenten om die uitkeringsgerechtigden te helpen? Ze tuigen een Sociale dienst op, die vooral bezig is met uitkeringen verstrekken, het tegengaan van misbruik en het opsporen van fraude. Vrijwilligerswerk wordt ontmoedigd, reïntegratiebudgetten worden gekort.
Daarmee creëer je geen banen, maar vooral apathie en lethargie.

EEN NIEUWE MANIER VAN DENKEN

Ik pleit voor een nieuwe manier van denken bij de Sociale Dienst en de gemeenten.
Uitgangspunten zijn:
  • de acceptatie dat voor een belangrijk deel van de WWB-ers de weg naar de arbeidsmarkt voorlopig onhaalbaar is.
  • de overtuiging, dat de meeste WWB-ers liever vandaag dan mogen uit de uitkering willen.
  • stimuleren van de eigen kracht van mensen met een uitkering
Laten we hier een aantal consequenties van deze uitgangspunten bekijken:
  1. In plaats van focussen op werk, stimuleren van maatschappelijke participatie. Ruimte maken voor vrijwilligerswerk, voor mantelzorg, voor de participatiesamenleving.
  2. Uitgaan van vertrouwen in plaats van het nu getoonde permanente wantrouwen, dat alleen maar misbruik uitlokt.
  3. Het daarbij omdraaien van de Pareto-regel. Nu geldt, dat 80% van de WWB-ers onbetrouwbaar is. Laten we dat veranderen in 80% is betrouwbaar. Sluit contracten met WWB-ers, gebaseerd op vertrouwen en beperkte controle en strengere straffen bij misbruik.
  4. Ga van controle bij uitkeringsgerechtigden en werkgevers naar partnership met hen.
  5. Denk minder in regels, meer in kansen.
  6. Verander ambtelijk denken in ondernemend denken.
  7. Focus op het creëren van werk en op het stimuleren van werkgevers i.p.v. op de uitkeringsgerechtigden.
  8. Ga van handhaving naar faciliteren en van denken in uitkeringen naar stimuleren van (onbetaald) werk.
  9. Stop met ontmoedigen, ga aanmoedigen, zowel voor werkgevers als uitkeringsgerechtigden.
  10. Ontwikkel snel een strategie rond verdringing. Besef dat de arbeidsmarkt totaal verandert en dat oud denken, waarin alles als verdringing gezien wordt, niet meer van deze tijd is.

We hebben nu een heel ambtelijk apparaat opgezet, gericht op het beoordelen, verstrekken en controleren van uitkeringen. Stel dat de helft van die ambtenaren zich gaat bezig houden met faciliteren en ondersteunen, met het verkennen van de markt voor werk en vrijwilligers.
Dat zal het elan van ambtenaren, uitkeringsgerechtigden en ondernemers aanmerkelijk verbeteren en is mogelijk nog goedkoper ook.

Durft u het gesprek aan te gaan, in uw sociale dienst, uw gemeente, met WWB-ers en anderen en met het bedrijfsleven en de non-profit.
In onze coöperatie “Sociale en maatschappelijke innovatie” barsten we van de ideeën hoe dit mogelijk te maken.

dinsdag 20 mei 2014

Regionale arbeidsmarkt leidend bij verdeling budgetten Participatiewet


Regionale arbeidsmarkt leidend bij verdeling budgetten Participatiewet
Geplaatst op 16 mei 2014, bron: De normaalste zaak

Er is een nieuw model ontwikkeld voor de verdeling van de budgetten voor de Participatiewet onder gemeenten. Dit schrijft staatssecretaris Jetta Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vandaag aan de Tweede Kamer.
Participatiebudget

In het zogenoemde participatiebudget worden de beschikbare middelen voor zowel de Wsw als voor re-integratietrajecten gebundeld. Staatssecretaris Klijnsma vindt het belangrijk dat bij de verdeling van dit budget rekening wordt gehouden met de regionale arbeidsmarkt en het aantal mensen met een arbeidsbeperking. Daarmee wordt recht gedaan aan de situatie in economisch zwakkere regio’s. Om grote herverdeeleffecten ten opzichte van de huidige systematiek te beperken worden de budgettaire veranderingen niet in één keer, maar over een periode van drie jaar doorgevoerd.
Verdeling van de bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies

Voor de verdeling van de bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies kiest de staatssecretaris voor het zogeheten multiniveau-model. Dit door het Sociaal en Cultureel Planbureau ontwikkelde model betrekt zowel de kenmerken van de huishoudens (zoals leefvorm, leeftijd, wel of geen koopwoning, niet-westerse achtergrond en opleiding) als de kenmerken van een wijk, gemeente en regio bij het vaststellen van de budgetten. Op basis van deze kenmerken wordt uiteindelijk de hoogte van het bedrag per gemeente vastgesteld.

Sinds de invoering van de Wet werk en bijstand in 2004 zijn gemeenten financieel verantwoordelijk voor de uitvoering van deze wet.

Om de herverdeeleffecten die met de overgang naar een nieuw model gepaard gaan te beperken en de financiële gevolgen voor gemeenten beheersbaar te houden heeft de staatssecretaris na overleg met de VNG tot een overgangsregime besloten. De eerste twee jaar worden de budgetten nog voor de helft vastgesteld op basis van uitgaven in het verleden en voor de helft op basis van het nieuwe model. In het derde jaar wordt 75 % op basis van het nieuwe model berekend, en vanaf het vierde jaar wordt het budget daar helemaal op gebaseerd. Na twee jaar vindt een evaluatie plaats.

Staatssecretaris Klijnsma zal vanuit het oogpunt van financiële beheersbaarheid een vangnet-regeling maken. In overleg met de VNG zal zij de opzet van deze regeling verder uitwerken.

Het gekozen multiniveau-model was één van de vier voorliggende opties (voor de verdeling van de bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies) die in overleg met de VNG nader is uitgewerkt. De ontwikkeling van de nieuwe verdeelmodellen is begeleid door een commissie waarin naast de VNG onder andere ook enkele gemeenten vertegenwoordigd waren.

De modellen zijn vervolgens beoordeeld door Berenschot, prof. dr. Allers, hoogleraar economie van de decentrale overheden, en de Raad voor de financiële verhoudingen (Rfv). Gemeenten hebben onder meer tijdens een bestuurlijke conferentie hun opvattingen gegeven over de verschillende modellen.
Toekenning budgetten

De definitieve budgetten voor wat betreft de bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies worden voor 1 oktober bekendgemaakt. De bedragen per gemeente voor het participatiebudget worden in juni gepresenteerd.

Bekijk de kamerstukken:Kamerbrief ‘Verdeelmodel inkomensdeel en participatiebudget vanaf 2015′

zaterdag 10 mei 2014

Social enterprises innovatieve koplopers en aanjagers van economische groei

PERSBERICHT

Sociaal ondernemers vervullen een belangrijke rol binnen de MKB-sector waar het innovaties betreft.
Bijna de helft van de social enterprises in Nederland heeft een innovatieve dienst of product in de markt gezet, dat bovendien primair gericht is op het
aanpakken van maatschappelijke problemen. Dat blijkt uit de Social Enterprise Monitor 2014 die vandaag werd uitgebracht door Social Enterprise NL i.s.m. McKinsey.
Het is het grootste onderzoek naar de social enterprise sector in Nederland.
Social enterprises blijken tevens een enorme aanjager voor economische groei. Zo blijkt uit de Social Enterprise Monitor 2014 dat de werkgelegenheid in deze
sector met 12 % is gegroeid in 2013, een opvallend cijfer afgezet tegen de trend van het MKB waar juist sprake is van een sterke daling van de werkgelegenheid.
Ook de omzet van 79% van de social enterprises is gegroeid en nagenoeg alle ondervraagde sociaal ondernemers verwacht de komende jaren nog verder te groeien.
Minister Kamp erkent de slagkracht van deze sociaal ondernemers, in een reactie op de beleidsagenda van Social Enterprise NL zei hij vorige maand:
“Het kabinet is om verschillende redenen betrokken bij sociaal ondernemerschap in Nederland en moedigt de verdere ontwikkeling daarvan aan.
Sociale ondernemingen dragen bij aan maatschappelijke vernieuwing en bieden innovatieve oplossingen voor complexe vraagstukken rond gezondheid(szorg),
veiligheid en leefbaarheid, arbeidsparticipatie, voedsel- en energievoorziening etc.”
Het grote aantal innovaties is onder andere te verklaren door de aard van social enterprises. Ze zoeken nieuwe, zelfredzame oplossingen voor bestaande
maatschappelijke problemen en voelen hierdoor een urgentie om te innoveren en om vernieuwende producten en diensten te ontwikkelen.
Willemijn Verloop (oprichter van Social Enterprise NL): “Social enterprises zijn koplopers op weg naar een nieuwe economie, ze bewijzen dat een maatschappelijk probleem
oplossen en geld verdienen samen kunnen gaan.
Dit doen ze door met innovatieve producten en diensten duurzame oplossingen te bieden voor maatschappelijke problemen zoals milieuvervuiling,internationale armoedebestrijding, en de arbeidsparticipatie van kwetsbare groepen.”

Voorbeelden innovaties door social enterprises

Sociaal ondernemers bestrijken een zeer breed spectrum van sectoren waardoor deze innovatieve spelers vaak niches vormen in de bestaande markt. Social enterprise Autitalent is een bedrijf dat uitgaat van de kracht van autisten, ze bieden banen op het gebied van digitalisering en administratie aan mensen met een vorm van autisme.
Fairphone is een bedrijf dat de eerste eerlijke smartphone ontwikkelde en op de markt bracht.
Deze smartphones zijn vrij van kinderarbeid en bestaan uit gerecyclede en conflictvrije materialen. De eerste 25.000 telefoons zijn vorig jaar in gebruik genomen en de productie gaat door.
Zorgvoorelkaar.com speelt in op teruglopende budgetten in de zorg door vraag en aanbod in de (informele) zorg te matchen, hierdoor zijn inmiddels bijna 8.000 professionals en vrijwilligers aangemeld en ruim 4.500 hulpvragen geplaatst.Al deze innovatieve businessmodellen leveren direct impact aan de maatschappij.

Zie voor de monitor: Social enterprise

donderdag 1 mei 2014

Quotumwet voor advies naar de Raad van State




Nieuwsbericht | 25-04-2014

De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingestemd met de zogenoemde Quotumwet. Deze wet heeft als doel dat er meer mensen met arbeidsbeperkingen bij reguliere werkgevers aan de slag gaan. Staatssecretaris Klijnsma hoopt het wetsvoorstel voor de zomer bij de Tweede Kamer in te kunnen dienen vanwege de samenhang met de Participatiewet.

Het kabinet heeft in april vorig jaar afspraken gemaakt met de sociale partners. Werkgevers stellen jaarlijks duizenden banen beschikbaar voor mensen die vanwege een beperking niet in staat zijn zelf het wettelijk minimumloon te verdienen, oplopend tot 100.000 banen in 2025. Daar bovenop komen bij de overheid in dezelfde periode nog eens 25.000 extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking. De afspraken uit het Sociaal Akkoord zijn niet vrijblijvend. Als de afgesproken extra banen er niet komen, treedt de in het wetsontwerp vastgelegde quotumplicht in werking. Een eerste beoordeling vindt in 2016 plaats.

In de Quotumwet is omschreven wie tot de doelgroep gerekend worden voor deze extra banen, hoe de voortgang in de uitvoering van de banenafspraak wordt bewaakt en welke maatregelen volgen als het toegezegde aantal arbeidsplaatsen niet wordt gehaald. Dit is nu in wetgeving uitgewerkt.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Quotumwet