Posts tonen met het label regering. Alle posts tonen
Posts tonen met het label regering. Alle posts tonen

maandag 2 juni 2014

Het failliet van de Nederlandse werklozenindustrie

Soms/ regelmatig schrijft iemand op, wat je zelf al langer zat te denken.
Het stuk van Rutger Bregman van de Correspondent bevestigde mijn ideeën over reïntegratieprogramma's. Ik citeer het hier dan ook graag met dank aan Rutger voor zijn zoektocht naar antwoorden

Meer dan 6,5 miljard euro. Zoveel geeft de Nederlandse overheid ieder jaar uit om werklozen aan een baan te helpen. Over de effectiviteit zijn twee dingen bekend: óf het helpt nagenoeg niets, óf het is onduidelijk of het helpt. Waarom blijven we er dan toch halsstarrig in geloven?

We geven er meer dan 6,5 miljard euro per jaar aan uit. Dat is ongeveer evenveel als we overhebben voor onze universiteiten. Of voor defensie. Het verschil? Bijna niemand maakt zich druk over deze kostenpost, die ook niet echt een opwindende naam heeft: ‘Activerend arbeidsmarktbeleid.’ Dat wil zeggen: alles wat we doen om werklozen aan een baan te helpen - of het nu een sollicitatietraining of een gesubsidieerde werkplek is. Er is bijna geen land dat hier zoveel geld aan uitgeeft als Nederland.
Zie deze cijfers van de OESO.

Maar levert het ook wat op?


Tsja. Een studie uit 1996 liet al zien dat intensieve begeleiding van werklozen weinig uithaalt, het Centraal Planbureau concludeerde in 2000 dat scholing en bemiddeling weinig opleveren en een grote meta-analyse van 93 Europese programma’s uit 2008 droeg de veelzeggende titel ‘Activerend arbeidsmarktbeleid is vaak niet effectief.’ Bekijk deze studie hier. Bij maar liefst de helft van alle programma’s werd geen of zelfs een negatief effect gevonden.

De schrijver van het laatste artikel, hoogleraar economie Frank den Butter, moet even grinniken als ik hem vraag wat al die cursussen en trajecten opleveren. ‘Vrijwel niets. Het is een doekje voor het bloeden.’ Als ik het vraag aan Bas van der Klaauw, hoogleraar economie aan de Vrije Universiteit en dé expert op dit gebied, is het even stil aan de andere kant van de lijn. ‘Er is vooral veel beleid waarvan we niet weten wat het oplevert.’ Jouke van Dijk, hoogleraar regionale arbeidsmarktanalyse in Groningen, stemt in: ‘Het helpt hoogstens een héél klein beetje. En soms werkt het averechts.' Collega Jan van Ours (hoogleraar arbeidseconomie in Tilburg) vertelt dat hij tijdens zijn colleges graag Nobelprijswinnaar James Heckman mag citeren:

‘Zero is not a bad number.’

De markt kan het beter


Het is niet dat er weinig geprobeerd is. In de afgelopen jaren kwam er van alles voorbij, van Melkertbanen tot werkcoaches, van intensieve trajectbegeleiding tot uitstroompremies. Maar vrijwel niets is fatsoenlijk geëvalueerd. En als dit wel gebeurde, was het resultaat meestal negatief. In 2001 verscheen een rapport van het ministerie van Sociale Zaken met de conclusie: ‘Scholingsinstrumenten (…) blijken niet erg effectief bij de reïntegratie van werkzoekenden.’ Bekijk de evaluatie hier. De ambtenaren pleitten in het rapport voor meer onderzoek. Tevergeefs.

In plaats daarvan werd een groot deel van de reïntegratie-industrie geprivatiseerd. ‘Alles moest aan de markt worden overgelaten,’ vertelt Van der Klaauw. ‘Die zou het allemaal beter kunnen.’ Maar al snel deden de gekste verhalen de ronde, van werklozen die onder begeleiding van een reïntegratieconsulent wekelijks een rondje om de Amsterdamse Sloterplas moesten wandelen, tot werklozen die aan hun zelfvertrouwen werkten met pony’s. Een enkel reïntegratiebureau maakte zelfs gebruik van tarotkaarten. Het toppunt waren de ‘Vier van Vier Miljoen,’ uit Oost-Groningen. Inderdaad: vier werklozen die voor vier miljoen aan een baan waren geholpen. Zembla maakte hier een reportage over.
‘Er zijn een paar mensen heel rijk van geworden,’ zucht Van der Klaauw. ‘Maar de effectiviteit lijkt er door privatisering niet op te zijn vooruitgegaan.’ Sterker nog, in 2010 ontdekte de hoogleraar samen met zijn collega Stephen Kastoryano dat deelname aan een commercieel reïntegratietraject (kosten: 4.000 euro) de werkloosheid verlengt. In zijn oratie concludeert hij droogjes dat het ‘niet absurd is om te veronderstellen dat werklozen zelf een veel beter idee hebben over welk werk geschikt is.’

En nu?

Eigenlijk zouden er ‘randomized controlled trials’ Lees hier mijn stuk over hoe deze methode bij ontwikkelingshulp wordt toegepast. moeten plaatsvinden, waarbij een willekeurig samengestelde groep de ‘behandeling’ krijgt (een sollicitatietraining bijvoorbeeld) en een vergelijkbare controlegroep met rust wordt gelaten. Alleen dan kun je zien of een interventie effectief is geweest.

Maar helaas, slechts vier van de 93 programma’s uit de metastudie van professor Den Butter had een controlegroep, en uit drie daarvan bleek dat het beleid ineffectief was. De laatste keer dat een Nederlands programma met een gerandomiseerd experiment werd geëvalueerd is zestien jaar geleden, in 1998.

Nederlands beleid: geld uitgeven om geld uit te geven


Een beetje gênant is het wel. In een Europese evaluatie van een paar jaar terug lezen we: ‘Nederland heeft geen traditie waarin beleid van begin af aan wordt geëvalueerd. Veel grootschalige programma’s zijn nooit onderzocht. […] Nog opvallender is dat veel beleid geen goed gedefinieerde en onderbouwde doelstelling heeft.’ De Europese evaluatie vind je hier. Volgens de onderzoekers komt het in Nederland ‘niet zelden’ voor dat een programma maar één doel heeft: geld uitgeven.

Het wordt dan ook nog pijnlijker als we het over de kosteneffectiviteit hebben. ‘Je bent al een heel knappe klantmanager als je iemand twee weken sneller aan het werk krijgt,’ vertelt Van der Klaauw. ‘Dan bespaar je zo’n 400 euro. Maar wat kost de begeleiding door de klantmanager?’

In 2008 kwam professor Jouke van Dijk met een bizarre rekensom: de reïntegratie van één langdurig werkloze kost gemiddeld 537.000 euro. Dat zijn meer dan vijftien modale jaarsalarissen. Toenmalig staatssecretaris Ahmed Aboutaleb (Sociale Zaken, PvdA) en zijn partijgenoot, de Amsterdamse wethouder Freek Ossel, reageerden woedend op deze berekening. ‘Mensen moeten een taaltraining doen, van hun verslaving worden afgeholpen en zelfvertrouwen opbouwen,’ brieste de laatste. ‘Dat zijn trajecten van jaren, die forse investeringen vergen en je hebt geen garantie dat het lukt.’

Maar hoeveel mag het kosten?
Professor Jan van Ours heeft zijn conclusies getrokken. ‘[Dit is] het blind offeren van miljarden euro’s op het altaar van het actieve arbeidsmarktbeleid.’ Dat concludeert hij in dit artikel. En het treurige is: sinds 2008 is de uitstroom van reïntegratietrajecten naar betaald werk nog verder afgenomen. Zie deze cijfers van het CBS. De Rekenkamer hamerde er bij de begroting van vorig jaar op dat het nu eindelijk eens tijd werd voor een fatsoenlijke evaluatie. In de droge taal van de rekenmeesters: ‘De minister kan nog niet voldoende inzichtelijk maken wat het effect is van de uitgaven voor reïntegratieactiviteiten.’ Zie het commentaar van de Rekenkamer hier.

Toch is er ook goed nieuws. Na een motie van de SP en de VVD is er in 2012 zowaar een groot experiment gestart waarbij in zeven gemeenten allerlei vormen van activerend beleid worden onderzocht. Mét controlegroepen. Het enige probleem: de resultaten hadden er begin 2013 al moeten zijn. Een woordvoerder van het Ministerie van Sociale Zaken meldt dat het nog wel een paar maanden kan duren.

Speeltjes voor politici


Eén vraag blijft moeilijk te beantwoorden: waarom besteden we al jarenlang miljarden aan beleid dat niet of nauwelijks helpt?

Misschien heeft het iets met de perceptie van werkloosheid te maken. Zelfs nu bijna 700.000 mensen zonder werk zitten, (en het getal ligt veel hoger, SH)wordt de oplossing bij het individu gezocht. Geloofden we vroeger nog in de maakbaarheid van de samenleving, nu is er het maakbare individu. Er is een politiek verbond rondom ontstaan. Links wil werklozen zoveel mogelijk ondersteunen, rechts wil ze zo snel mogelijk van hun uitkering afhelpen.

Wat ook meespeelt: politici willen gewoonweg iets doen, of het nu helpt of niet. Een paar maanden geleden lanceerde minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) een nieuw actieplan: ‘55PlusWerkt.’ Budget: 39 miljoen euro. Ongeveer 45.000 werkloze senioren krijgen een ‘netwerktraining’ waarbij ook hun ‘sollicitatie- en presentatievaardigheden’ worden opgepoetst. Een controlegroep is er niet, dus of het project effect sorteert zullen we nooit weten.

Er is wel een donkerbruin vermoeden.

‘Sommige mensen vinden dat je niet mag experimenteren met werklozen,’ zegt prof. Van der Klaauw. ‘Maar dat doen we al jaren, alleen leren we er niets van.’ Bij vlagen klinkt de hoogleraar cynisch. ‘Politici willen gewoon hun speeltjes. Als de werkloosheid straks daalt, roepen Klijnsma en Asscher dat het door hun beleid komt. Zonder enig bewijs.’ Collega-hoogleraar Jan van Ours stemt in: ‘Politici zijn niet geïnteresseerd in de effectiviteit van hun beleid. Ze zeggen liever: 'Kijk, ik heb 100 miljoen uitgegeven. Zie je wel dat ik iets doe?'' Frans Leeuw, hoogleraar sociologie in Maastricht, heeft hier eens een mooie term voor bedacht: beleidshomeopathie.

Neem de poging van Mirjam Sterk, ‘ambassadeur jeugdwerkloosheid’, om 10.000 jongeren in vijf weken aan een baan te helpen (via uitzendbureau Randstad). Het werden er 8.281. ‘Die banen waren er zonder haar ook gekomen,’ schampert Jouke van Dijk. ‘Maar ja, nietsdoen is geen optie hè?’ Teken aan de wand: Randstad wilde niet zeggen hoeveel jongeren het normaliter aan een baan helpt. Arbeidseconoom Ronald Dekker rekende het daarom zelf maar uit: ongeveer 20.000 per maand. Het waren dus relatief slechte weken geweest bij Randstad, maar de actie van Mirjam Sterk was goede reclame voor het uitzendbureau en het kabinet.

Drie opties


Rest de vraag: van welk beleid weten we dat het wél werkt?

Wie zich door de (internationale) onderzoeken Zie bijvoorbeeld deze evaluatie. van de afgelopen jaren worstelt, komt drie standaardopties tegen. De eerste is de confrontatie. Zo worden Deense werklozen bij elkaar gezet in zogenoemde ‘meetings’ om elkaar te vertellen over hun werkloze bestaan. ‘Het is behoorlijk confronterend om de hele dag te luisteren naar mensen zonder werk,’ vertelt Van der Klaauw. Dan liever aan de bak, redeneren veel mensen.

Sterker nog, hoe verder iemand naar zo’n ‘meeting’ moet reizen, hoe groter de kans dat hij aan het werk gaat. Een korting op de uitkering voor iedereen die niet hard genoeg naar werk zoekt, kan ook helpen. De dreiging is vaak al genoeg, maar er is wel een nadeel: gestrafte werklozen accepteren vaker werk onder hun niveau.

De tweede optie is de loonkostensubsidie, en dan met name voor banen in de private sector. In dit geval betaalt de overheid een deel van het loon. Er is aardig wat bewijs dat het werkt, al moet er wel worden opgelet dat er geen banen worden gesponsord die sowieso wel gecreëerd zouden worden. Subsidieverslaving ligt op de loer.

Tot slot kan scholing werken, mits aan heel wat voorwaarden wordt voldaan. Dan heb ik het niet over wandelingetjes om de Sloterplas, maar over het trainen van vaardigheden waar daadwerkelijk vraag naar is. Een kortdurende training die helpt bij het vervullen van een vacature - liefst al meteen in samenwerking met een potentiële werkgever - levert soms een goed resultaat op.

Maar geen illusies: uiteindelijk zijn de economische groei, het begrotingsbeleid en de technologische veranderingen veel belangrijker bij de ontwikkeling van de werkgelegenheid. Voor de drie bovenstaande opties geldt dat we het over hoogstens een paar procent extra baankans hebben. Dat blijkt ook uit deze overzichtsstudie van onderzoeksbureau SEO. Succes is nooit gegarandeerd. Iedere regio is anders, net als iedere periode en iedere werkloze. Van Ours stelde in de jaren negentig voor om bij elke beleidsmaatregel 1 procent van het budget te reserveren voor de (wetenschappelijke) evaluatie. Dat lijkt hem, twintig jaar na dato, nog steeds een goed idee.

Banenplan


Vorig jaar maakte Asscher bekend dat hij nog eens 600 miljoen uittrekt voor een extra ‘banenplan’. Het ministerie van Sociale Zaken publiceerde vervolgens een ‘menukaart' Bekijk de menukaart hier. van maatregelen waar werkgevers subsidie voor kunnen aanvragen.

Trefwoorden: arbeidsbemiddeling, transitiefonds, transfercentrum, sollicitatietraining, coaching, loopbaancheck- en advies en gezondheidsverbetering.

Effectiviteit: onbekend.

Toch stond er een lichtpuntje op het menu. Want wat lezen we daar, helemaal onderaan: ‘Om te weten wat werkt en wat niet, is soms onderzoek nodig en moeten experimenten worden uitgevoerd.’

En ja, ook daar kan subsidie voor worden aangevraagd.

Zie ook het stuk "Meer bewijs waarom 'activerend arbeidsbeleid' niet werkt"van Jesse Freriks van de Correspondent.

dinsdag 6 mei 2014

Minder, minder! Geen Marokkanen, maar uitkeringsgerechtigden!


Terwijl de samenleving eindelijk in opstand komt tegen het over één kam scheren van criminele en niet criminele Marokkanen, gaan we onverminderd verder met een andere generalisatie.
Ruim 1 miljoen uitkeringsgerechtigden in de WWB en Wajong worden systematisch weggezet als onwillig om (weer) aan het werk te gaan.
Was bijstand ooit een wettelijk grondrecht voor hen die niet in hun bestaan kunnen voorzien, nu is het een gunst geworden, waar een tegenprestatie tegenover gesteld moet worden.
Die tegenprestatie verwordt op veel plaatsen tot een wedstrijdje uitkeringstrekkers pesten: de sollicitatieplicht en de strafkorting voor de niet goed geklede sollicitant zijn vaak alleen maar frustrerend.
Reïntegratietrajecten om te leren je CV op te leuken of om werkervaring op te doen, zijn meestal weggegooid geld, ze leiden niet tot meer werkgelegenheid.
De heersende overtuiging lijkt te zijn, dat uitkeringstrekkers niet willen werken. De keuze tussen iemand, die al langer niet gewerkt heeft of een ervaren kandidaat, is voor een werkgever simpel.

Sociale diensten worden gedwongen om te werken vanuit permanente achterdocht naar hun “klanten”.
Controle en regels om misbruik te voorkomen, leiden vooral tot hoge kosten voor het in stand houden van een duur bureaucratische apparaat.
Natuurlijk, net als bij de Marokkanen (en de andere Nederlanders) zitten er rotte appels in de mand, die het andere fruit te schand maken.

Kan het anders?

De ervaringen bij de Belastingdienst en bv de Sociale Dienst van Schiedam laten zien, dat het ook anders kan. Uitgaan van vertrouwen en volwassen benaderen van cliënten werken in 80% van de gevallen en het scheelt enorm in de organisatiekosten. Als dit gepaard gaat met strenge straffen voor misbruik, is de eerste maatschappelijke winst binnen.

Kunnen we accepteren, dat voor een flink deel van de uitkeringsgerechtigden de weg naar de arbeidsmarkt voorlopig onhaalbaar is? We hebben 880.000 werklozen, 700.000 ZZP-ers, waarvan een groot deel op of onder het bestaansminimum leeft en een grote groep vrouwen en ouderen, die willen werken, maar niet als werkzoekende staan ingeschreven.
We zien dat banenplannen en SROI-maatregelen vaak niet tot nieuwe banen leiden, maar tot verschuivingen in wie werkt en wie niet. (VK 27/3/'14, 19/3/'14)
Jongeren, die willen en kunnen werken, komen niet aan de bak, ervaren ouderen met een klinkend CV geven na de zoveelste sollicitatie de moed op.
Dus, laten we stoppen met pesten, met de idee-fixe, dat er meer mensen aan een baan komen als ze maar werkervaring opdoen en met geld verspillen aan controle, reïntegratietrajecten en banenplannen en laten we werk gaan creëren. In infrastructuur, milieu, energie, innovatie en het aantrekken van buitenlandse investeerders is nog veel te winnen.

En de uitkeringsgerechtigden? Laten we elkaar serieus nemen, gaan luisteren en het keukentafelgesprek aangaan. Bevrijd uitkeringsgerechtigden van regeldruk, bureaucratie en de sollicitatieplicht, die alleen maar frustratie en terugtrekgedrag oplevert. Laten ze zich mobiliseren om zelf hun toekomst vorm te geven. Beloon gewenst gedrag, ondersteun eigen initiatief, zoals dat in Rotterdam gebeurt, en maak werk van vrijwilligerswerk. Dan is het meer, meer winst voor de samenleving.

donderdag 1 mei 2014

Quotumwet voor advies naar de Raad van State




Nieuwsbericht | 25-04-2014

De ministerraad heeft op voorstel van staatssecretaris Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ingestemd met de zogenoemde Quotumwet. Deze wet heeft als doel dat er meer mensen met arbeidsbeperkingen bij reguliere werkgevers aan de slag gaan. Staatssecretaris Klijnsma hoopt het wetsvoorstel voor de zomer bij de Tweede Kamer in te kunnen dienen vanwege de samenhang met de Participatiewet.

Het kabinet heeft in april vorig jaar afspraken gemaakt met de sociale partners. Werkgevers stellen jaarlijks duizenden banen beschikbaar voor mensen die vanwege een beperking niet in staat zijn zelf het wettelijk minimumloon te verdienen, oplopend tot 100.000 banen in 2025. Daar bovenop komen bij de overheid in dezelfde periode nog eens 25.000 extra banen voor mensen met een arbeidsbeperking. De afspraken uit het Sociaal Akkoord zijn niet vrijblijvend. Als de afgesproken extra banen er niet komen, treedt de in het wetsontwerp vastgelegde quotumplicht in werking. Een eerste beoordeling vindt in 2016 plaats.

In de Quotumwet is omschreven wie tot de doelgroep gerekend worden voor deze extra banen, hoe de voortgang in de uitvoering van de banenafspraak wordt bewaakt en welke maatregelen volgen als het toegezegde aantal arbeidsplaatsen niet wordt gehaald. Dit is nu in wetgeving uitgewerkt.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

Quotumwet

donderdag 16 augustus 2012

Wetten zijn als worstjes

Hoe de overheid onder het mom van bezuinigingen de burger beperkt in de toegang tot de overheid.


De aanleiding
Afgelopen dinsdag ging het bij 1Vandaag over het inperken van de Wob, de Wet Openbaarheid van Bestuur.
Ik zag een taalkundige draaikont, de landsadvocaat, en een slapende journalist, die alle prietpraat liet passeren.

`De Wet regelt ons recht op informatie van de overheid. De Wob zorgt ervoor dat wij inzage hebben in het overheidshandelen en dat wij kunnen deelnemen aan de democratie en overheidsbesluitvorming. Overheidsinformatie is altijd openbaar, tenzij de Wob of andere wetgeving bepaalt dat de gevraagde informatie niet geschikt is om openbaar te maken.` Bron: Rijksoverheid.nl
Dankzij de WOB is er meer inzicht gekomen in bv Irak, de vuurwerkramp in Enschede en het declaratiegedrag van de ministers.

Donner wilde de wet al inperken en nu neemt Spies het stokje over. Het argument is daarbij dat het zoveel werk is voor de ambtenaren. "Dat is het gevolg van het schot hagel dat journalisten op de overheid afvuren in de hoop dat een korreltje een primeur oplevert. Dat vind ik geen efficiënte tijdsbesteding.” (Donner, geciteerd in De Gelderlander)
De minister wil “oneigenlijke verzoeken weigeren”, “geen interne beraadslagingen vrij te geven” en “” voorwaarden aan het gebruik van documenten te stellen”.
Je vraagt je dan af om hoeveel verzoeken het gaat. Gelukkig is dat onderzocht en is gaan overheidsorganen gevraagd naar oneigenlijke en tijdvretende verzoeken. Dat levert over 1 1/2 jaar het volgende overzicht op:


Onduidelijk blijft of iets veel tijd kost of dat de overheid veel tijd neemt.

En dan begint het mij als NLP-er te jeuken: wat een fenomenaal vaag taalgebruik.
Wat zijn oneigenlijke verzoeken? Een beroep op de wet is een verzoek en geen recht? Welke voorwaarden zijn dat dan en wie bepaalt die? De wet kent al een fiks aantal voorwaarden, wat komt er dan nog bij?

De uitzending
En zie, dan komt de landsadvocaat Eric Daalder aan het woord en geniet van dit gedraai.
“Dit wetsvoorstel beperkt de openbaarheid niet, daarvan ben ik overtuigd.” Helaas, geen argumenten.
“Het wetsvoorstel moet voorkomen, dat er misbruik gemaakt wordt van de WOB...“
Wat dat is en wie dat bepaalt?
“Het gaat om zeer omvangrijke verzoeken,.. waarbij de vraag rijst (bij wie) of je niet kan volstaan met minder, omdat de extra informatie er niet veel aan toevoegt.”
Alsof de burger precies weet, wat hij moet opvragen en waar de waardevolle informatie zit. De ambtenaar weet het meestal zelf niet.
“Ik verwacht niet dat een verzoek van een journalist als misbruik zal worden aangemerkt.” Of dat ook voor burgers geldt? En wie is de landsadvocaat, dat hij in de hoofden van allerlei ambtenaren kan kijken.
Het is niet mijn ervaring, dat ambtenaren van alles proberen om een verzoek af te wijzen.” En dan is de discussie gesloten.
“Het zal erin resulteren, dat bepaalde informatie niet toegankelijk meer is, maar dat is dan irrelevante informatie.” Interviewer: “Zegt de overheid.” En dhr. Daalder beaamt dat.

Conclusie
Wat dan te vaak opvalt bij 1Vandaag is, dat interviewers/ journalisten niet doorvragen, maar genoegen nemen met een vaag antwoord.
Het programma krijgt daardoor een hoog Telegraaf-gehalte en laat helaas een groot gebrek aan gedegen onderzoeksjournalistiek zien.

Uit de concept wetstekst:
Artikel 3a
1. Een verzoek wordt als kennelijk onredelijk buiten behandeling gelaten, indien:
a. de verzoeker niet meewerkt aan een verzoek tot precisering als bedoeld in artikel 3, vierde lid;
b. een verzoek kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van informatie.
2. Voor zover een verzoek betrekking heeft op informatie neergelegd in grote aantallen documenten, wordt het, na overleg met de verzoeker, buiten behandeling gelaten, behoudens een representatief deel, waarbij wordt uitgegaan van objectieve criteria.
3. Een verzoeker kan, nadat met toepassing van het tweede lid, op zijn verzoek is besloten, verzoeken om het niet-behandelde deel van zijn verzoek alsnog te behandelen, indien hij aan de hand van de openbaar gemaakte documenten aannemelijk maakt dat de goede en democratische bestuursvoering is gediend met openbaarmaking van de informatie waarop het niet-behandelde deel van het verzoek betrekking heeft. Artikel 4:6, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
4. Voor zover een verzoek betrekking heeft op documenten die naar hun aard primair bestemd zijn voor intern beraad en die voor het overige slechts informatie bevatten die in andere vorm openbaar is of wordt, wordt het buiten behandeling gelaten.


Zie ook:
Wet Openbaarheid van Bestuur werkt veel te traag
Wob-verzoeken vergen veel werk door onkunde overheid

maandag 4 juni 2012

Ben ik nou zo dom?


In mijn fabriek staan sinds een tijdje een aantal machines stil, omdat er geen werk voor ze is. Ergens anders kunnen ze een deel van onze producten goedkoper en beter maken, dus onze afnemers gaan elders winkelen.
Het gevolg is, dat er ook op kantoor, waar in- en verkoop geregeld worden, steeds meer lege stoelen komen. Ook het magazijn en de jongens van transport het alsmaar rustiger krijgen.

We moeten nog wel betalen voor die (werke)loze machines, dus onze cash-flow en financiën boeren hard achteruit.
Wat te doen?
Gelukkig kwam Wouter Koolmees, econoom van D'66 langs. Hij wist wel raad. We moesten de machines, die nog wel aan het werk waren, langer laten draaien. Want, zo zei hij, dan gaan ze meer produceren, dus kunnen de lonen stijgen, kan de inkomstenbelasting omlaag en het tekort op onze begroting ook. Dus komen we werkend uit deze crisis. Zijn voorstel stond in de Volkskrant van 20/5/2012.

Ik begrijp dat dus niet.
Als er geen afzet is, waarvoor produceer je dan?
Of gaan we dan andere machines stilzetten en komen er nog meer kantoorplekken leeg te staan? Maar ja, de vaste kosten blijven.
En als we meer produceren en de lonen stijgen, dan worden onze producten nog duurder en kunnen we ze nog moeilijker verkopen.
En, Wouter, waarom kan de inkomstenbelasting omlaag als minder mensen harder werken?
En, Wouter, waarom daalt dan het tekort op onze begroting?
Om nog niet te spreken over machines, die zwaarder belast worden, eerder kapot gaan (ziek worden) en dan niet meer productief zijn.

Kan iemand, misschien van D'66, dit nog eens uitleggen aan deze domme jongen?
Wij wilden net het omgekeerde: meer machines minder laten werken?


vrijdag 10 februari 2012

Stigmatisering: ikzelf en de anderen

Afgelopen december werkte ik een maand aan het uit de bijstand trekken van bijstandstrekkers.
Wij mochten een groep van 100 een training Empowerment (echt een woord, dat mensen met afstand tot de arbeidsmarkt direct begrijpen) geven op weg naar werk of opleiding.

Het is dan boeiend om de reacties uit mijn omgeving te horen. “Die willen toch niet”, “Profiteurs en dan ook nog een training”, “Je zult wel veel weerstand krijgen”; de negatieve commentaren waren niet van de lucht. Dat negatieve beeld over bijstandtrekkers werd nog gevoed door een uitzending voor Politieke Partijen, verzorgd door de VVD, waarin gewezen werd op de vele vacatures in de markt en de plannen van staatssecretaris De Krom rond de bijstand. Laten we het eenvoudig houden. In Nederland hebben we een half miljoen vacatures en meer dan een half miljoen werklozen. Ergo, alle werklozen kunnen aan het werk en als ze dat niet doen, is het toch gewoon tuig van de richel?

“De Wet werken naar vermogen (WWNV) die staatssecretaris Paul de Krom van Sociale Zaken naar de Tweede Kamer heeft gestuurd, is 'de grootste hervorming van het Kabinet-Rutte'. Dat zei De Krom vanmorgen bij de presentatie van de wet.
Het kabinet wil met de wet meer mensen uit de uitkering helpen en gehandicapten vaker aan het werk krijgen in een 'gewone' baan, in plaats van in de sociale werkplaats. Hierom worden de bijstand, de sociale werkplaatsen en de Wajong (een uitkeringsregeling voor jong gehandicapten) grotendeels samengevoegd. Tegen de wet was veel verzet van de oppositiepartijen, omdat zo zou worden bezuinigd op de zwaksten in de samenleving.


Beschaving
Maar volgens De Krom is de wet juist een 'hervorming van de onderkant van de arbeidsmarkt', waar mensen onnodig langs de kant staan, mensen die wel kunnen werken, maar dat om uiteenlopende redenen niet doen. Hij zegt in een interview met de Volkskrant: 'Is het dan een teken van beschaving om mensen thuis te laten zitten tegen een uitkering op minimumniveau en er niet meer naar om te kijken? Echt, er zijn stapels rapporten dat werk mensen uit de armoede haalt, uit de sociale uitsluiting. Dat werk mensen gevoel voor eigenwaarde geeft. Dat wil ik hiermee bereiken.' 

Hoofdlijn van de hervorming is volgens De Krom dat 'wie kan werken, gaat werken'. 'Het is de hoogste tijd dat we ingrijpen, vanuit sociaal oogpunt, financieel oogpunt en economisch oogpunt.'


Werkervaringsplekken
Met werkgevers heeft De Krom afgesproken dat die de komende jaren 5000 extra werkervaringsplekken inrichten voor jongeren en werklozen met een handicap. Die extra plekken zijn volgens De Krom vooral van belang om meer kansen te bieden aan jongeren met een lichamelijke en/of geestelijke beperking die van school komen. Maar de plekken zijn ook voor oudere gehandicapten met een uitkering en onvoldoende werkervaring.”(Bron: VK, 1/2/12)


Fraaie uitgangspunten en De Krom heeft gelijk, dat werk helpt voor eigenwaarde en sociale inclusie. Tegelijk bevestigen hij en zijn partij (en die niet alleen) het beeld, dat bijstand eigen schuld is. Er is in de samenleving een permanent proces gaande om Bijstandstrekkers negatief af te schilderen, er is sprake van stigmatisering.
De mensen in onze training bevestigden dit: ze zagen zichzelf als niets waard, als afgeschreven naar de onderkant, hun zelfbeeld was uiterst negatief. Zij stigmatiseerden ook zichzelf permanent. Dat negatieve zelfbeeld belemmerde hen vervolgens weer om gemotiveerd en enthousiast op zoek te gaan naar werk. Het vuur, dat ze nog hadden, werd vervolgens permanent geblust door een voortdurende reeks afwijzingen, niet verlengde tijdelijke contracten en andere mislukkingen. En laten we wel wezen, zaten en zitten werkgevers op hen te wachten? En dit is de vicieuze cirkel die doorbroken moet worden.

Waar sprake is van bijna 5 % werkloosheid heeft de werkgever keuze zat. Als er 60 sollicitanten op een baan zijn, zal een bedrijf eerder kiezen voor jong, voor recente werkervaring, voor betaalbaarheid dan voor mensen, die al jaren uit het arbeidsproces zijn en die oud zijn.
In mijn ervaringen bij het UWV met groepen werkzoekenden, ouder dan 50 met een HBO of universitaire achtergrond, komen steeds weer twee problemen naar voren: leeftijdsdiscriminatie (die nooit als zodanig benoemd wordt) en de frustratie van herhaalde afwijzingen, die een fnuikende invloed hebben op de motivatie. Vijftig of meer malen per jaar solliciteren, op een regelmatig botte en onfatsoenlijke manier nul op het rekest krijgen, is niet goed voor mensen, of je nu flirt of solliciteert.
En willen die Bijstandstrekkers of oudere werklozen dan niet? Mijn constatering is dat de meerderheid meer dan 100% gemotiveerd is, bereid is om van alles aan te pakken en om verlost te zijn van de regeldruk van UWV of Sociale Dienst. Werkgevers zitten alleen niet op hen te wachten en vanuit hun standpunt kan ik dat begrijpen. Velen van hen zitten zelf in grote (financiële) problemen en willen risico's, bv vanwege ziekte uitsluiten. De meerderheid van de Bijstandtrekkers had meerdere problemen, persoonlijk, psychisch, somatisch, sociaal, taal en opleiding, die hun sprong naar de arbeidsmarkt belemmeren. Er zijn wel vacatures, maar blijkbaar niet de juiste.
Als mensen naar je training komen, omdat zij anders gekort worden op hun uitkering en dat 3 dagen te voren in een ambtelijk briefje meegedeeld krijgen, staan ze niet te springen. Dat ze na een dag of drie toch enthousiast worden omdat ze aandacht krijgen en serieus genomen worden, toont onder meer hun motivatie aan.
Kortom, stigmatisering vanuit de samenleving en zelfstigmatisering zijn schering en inslag, ze versterken elkaar permanent en leiden tot vergroting van het probleem aan de onderkant van de arbeidsmarkt en samenleving.
Het wordt tijd voor een nieuw paradigma als het gaat om de zwakken in de maatschappij.


(Wordt vervolgd)

Helft mensen bijstand voelt druk om te werken, VK 27-02-2012