Berichten over misstanden, constraints en
belemmeringen in de gezondheidszorg en
nonprofit.
Pagina's over bedrijfskunde, social media en
mijn projecten
dinsdag 20 mei 2014
Hoogleraar Frans Nijhuis: “Een succesvolle Participatiewet levert naast banen ook gewoon geld op”
Om Wajongers en anderen met een achterstand op de arbeidsmarkt aan de slag te helpen, is het belangrijk dat bestaande functies worden aangepast. Dit is de rode draad in een recent gepubliceerde inleiding van Frans Nijhuis, bijzonder hoogleraar Inclusieve Arbeidsorganisaties (Atlant Leerstoel, zie eerder bericht).
De lage arbeidsparticipatie van deze groepen wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door hoe functies in het bedrijfsleven worden gecreëerd en steeds complexer zijn geworden. Functies moeten meer worden toegesneden op de kwaliteiten en mogelijkheden van het individu (jobcarving). Dit sluit al aan bij de ontwikkeling dat mensen hun werk zelf al actief afstemmen op hun eigen willen en kunnen (jobcrafting). Als bedrijven daar beter op inspelen, zo stelt Nijhuis, kunnen zij de duurzame inzetbaarheid van hun huidige en toekomstige werknemers, ook die met beperking of aandoening, bevorderen en ontstaan nieuwe banen.
Er kan en moet een win-win situatie worden gecreëerd, waarbij enerzijds de maatschappelijke noodzaak wordt gevoeld om zoveel mogelijk mensen aan de arbeidsmarkt te laten deelnemen en anderzijds de vraag van de werkgever naar (productieve) arbeid wordt beantwoord. “Het succes van de Participatiewet is niet alleen een kwestie van maatschappelijk verantwoord ondernemen, maar ook van economische winstgevendheid. Mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt aannemen, moet de werkgever uiteindelijk ook gewoon geld opleveren”, aldus Nijhuis.
Bron: Cedris
woensdag 4 juli 2012
Meer rust en meer tijd in het ziekenhuis
Het genoegen was, dat mijn arts mij om 19.00 uur wilde ontvangen.
Kijk en dat is nu, waar we bij Lean en TOC gelukkig van worden.
Lean gaat zoals u weet over waarde toevoegen voor de klant: ik kon na werktijd komen (1), plek zat om te parkeren (2), rustig naar binnen en rust in het ziekenhuis (3), geen gedoe in de wachtkamer (4), snel aan de beurt (5), geen wachttijd bij de apparatuur (6), vlot weer buiten (7).
Zeven waardepunten voor mij.
Secretariaat en specialist hadden ruimte en tijd, geen hectiek (1), snel toegang tot apparatuur op de poli (2), konden later beginnen op de dag(3), hadden minder reistijd (4).
Winst voor het ziekenhuis: 3 uur meer bedrijfstijd, zeg 7,5 % op deze dag zonder extra vaste kosten en bij dezelfde operationele kosten, dus effectiever gebruik van apparatuur en ruimte. Doe dat 5x per week en je wint 37,5%, doe er 8 uur op de zaterdag bij, want de zondag is (nog) heilig in Harderwijk en je zit op 77,5 % meer beschikbare uren voor je patiënten.
Daarvoor heb je dus geen extra apparatuur, geen extra computers, geen extra kamers en stoelen nodig.
Wat doet dat met je winst of rendement?
Toch, zo vertelde de arts mij, deden nog niet alle specialismen mee. Het vraagt ook beschikbaarheid van de ondersteunende diensten en het eventuele contact met partijen buiten het ziekenhuis lukt vaak niet. En de CAO bemoeilijkt het werken op zaterdag, want dan is het salaris hoger.
Zelfs dat zou ik wel overhebben voor 80% meer tijd.
Mevrouw Schippers!! Morgen verplicht stellen?
Dwarsdenker
dinsdag 20 september 2011
Edith Schippers en het PGB
Vanmiddag zag ik na afloop van de Troonrede, dat de Ministers vragen uit het Volk beantwoorden.
Een van de vragenstellers was een halfzijdig verlamde vrouw, die zich zorgen maakte over de afschaffing van haar PGB en vooral haar verlies van vrijheid, zodat ze kon blijven werken.
De Minister (uit mijn hoofd): “Het PGB was zo succesvol, dat het aan zijn succes ten onder gaat! We moeten ingrijpen en gaan het dus afschaffen.“
Kijk, dat vind ik nou nadenken in dit kabinet.
Je doet iets, wat echt helpt, waar veel mensen baat bij hebben, waardoor ze kunnen blijven werken of voor hun geliefde kind, echtgenoot, moeder zorg kunnen bieden, die past en goed is in hun ogen. Als Minister sta je voor goede zorg, voor kwaliteit en voor de burger, dus doen.
Een ondernemer, die zo succesvol zou zijn, zou zich de handen dichtknijpen.
Maar nee, het Kabinet heeft een bedrag staan voor PGB's en dat wordt overschreden, dus stopt de regeling en wordt vervangen door een oplossing, die duurder en minder klantvriendelijk is. En dan maar hopen, dat minder mensen er gebruik van maken!
De overheid heeft patent op dit beleid. De ene keer zijn het milieuvriendelijke auto's, de andere keer zonnepanelen of windenergie. Als burger denk je dan, dat de overheid van beleid naar daden gaat, maar ho maar. We hebben er wel een paar miljoen voor over, maar het mag niet te duur worden.
Dus mogen ziekenhuizen wel eindeloos overschrijden, mogen projecten als de Betuwe-spoorlijn eindeloos uit de klauwen lopen, maar worden succesvolle maatregelen keer op keer afgeschoten.
Geen wonder dat burgers het vertrouwen in de overheid verliezen.
En dan worden bijstandsuitkeringen nu ook 670 miljoen te duur en moeten de gemeenten dat zelf oplossen. Afschaffen, zou ik zeggen, de bijstand gaat aan zijn succes ten onder.
woensdag 8 juni 2011
Wat doen we met tante Agaath?

Mijn tante Agaath is een bijzonder en mooi mens. Ze is nu 84 en woont nog steeds zelfstandig in het huis, dat ze 15 jaar geleden met mijn oom Willem gekocht heeft. Hij overleed 3 jaar later aan de gevolgen van een rijk en zondig leven, een hartaanval, en liet haar achter met het grotendeels afbetaalde huis, een redelijk pensioentje en een handvol kinderen en kleinkinderen.
Tante kan mooi vertellen, over Leeuwarden, haar en mijn geboortestad en over de slagerij van haar vader. Hoe oom Willem haar ontmoette en haar op de middelbare school het hof maakte. Hoe ze ging werken bij een plaatselijke juwelier tot oom Willem succes had in de meubelhandel, een huis kocht en met haar kinderen verwekte. Een nog groter huis, een caravan, reizen door Europa.
Zij vertelt dat ze al sinds het begin van de lagere school drie hartsvriendinnen heeft met wie ze haar en hun hele leven gedeeld heeft. Samen volksdansen en sjansen, de mannen zaten samen op volleybal en ze gingen 25 jaar samen elk jaar met Pasen naar dezelfde twee huisje op Terschelling, eigendom van één van haar vriendinnen.
Kortom, een gelukkige vrouw vanuit de tradities en gewoonten van de wederopbouw en de naoorlogse generatie.
Ze ziet er voor haar leeftijd nog goed uit, wekelijks naar de kapper, het goud om de polsen, een Japannertje in de garage. Een sociaal leven met bridge en een eetclubje, kinderen, haar tuin, de buurt en het belangrijkst haar vriendinnen. Sinds jaar en dag leest ze net als haar moeder alweer jaren geleden, eerst de overlijdensadvertenties in de Leeuwarder Courant en weet mij bij elk bezoek precies te vertellen, wie er dood zijn, wat die mensen vroeger deden en wiens kinderen ze zijn.
Toch is tante Agaath steeds minder gelukkig. Ze heeft al jaren twee gehoorapparaten en een bril voor veraf, tv kijken gaat alleen met ondertiteling, maar daar valt mee te leven. Het terugkerende thema bij mijn bezoeken heet eenzaamheid. Sluipenderwijs is hij haar leven binnengetreden. Eerst verdwenen oom Willem en twee van de mannen van haar vriendinnen, daarna twee hartsvriendinnen en twee maanden geleden haar buurvrouw. Die was haar steun na de dood van oom Willem, de buurvrouw voor koffie en een praatje en met haar is ze de laatste keer op vakantie geweest. Al die gemeenschappelijke geschiedenis is nu verdwenen. Die vertrouwdheid van 70 jaar gedeeld lief en leed is weg en komt nooit meer terug. Dat zijn onvervangbare verliezen of zoals ze zelf zegt:”En dan wil een van de dames van bridge wel met me op vakantie, maar die zeurt alleen maar.” Waarbij ze haar eigen eeuwig zeurende vriendin even vergeet en vergeeft, want daar is ze aan gewend.
Wanneer we samen een wijntje drinken, komt het grote taboe op tafel. Tante Agaath is wel klaar met het leven, het is goed en mooi geweest, maar de sjeu is eraf. Als de vriend van eenzaamheid, de dood, morgen op de stoep staat, zal ze hem met liefde binnenlaten.
Ik zit in de leunstoel tegenover haar en raak bevroren in mijn gedachten. Moet ik haar opbeuren of bestraffend toespreken? Zal ik advies voor suïcide geven? Moet ik haar psychotherapie aanbevelen? Is dit normaal of is het dysthemie, chronische neerslachtigheid? Wat is goed en juist?
Ik vraag me af of en hoe we daar in ons kikkerlandje mee om weten te gaan. Je scheidt als je huwelijk niet meer je dat is, solliciteert als je baan saai, vervelend of vermoeiend is, verhuist als je huis je niet meer aanstaat, maar mag je eruit stappen als het leven geleefd is? Een schilder stopt als het schilderij af is, de componist creëert geen vijfde deel als vier genoeg zijn. Mulisch begon aan een nieuw boek en schreef niet eindeloos door aan dezelfde roman.
Suïcide kan eventueel als er sprake is van ondraaglijk lijden en dat gaat dus niet op voor tante Agaath. Haar glas is gewoon leeg en het smaakte heerlijk.
Duidelijk is dat de medische wetenschap haar niet kan helpen: dokters horen haar niet. Vorig jaar is ze gered na een hartaanval, dit jaar is ze aan haar ogen geholpen, ze kan weer ver en dichtbij zien, maar ze ziet het leven nog steeds niet zitten.
Wie beslist er over haar leven en wie over haar dood? Zijzelf, de dokters, familie?
Ik kom er niet uit, raak stil, dus we drinken nog een glaasje en ik nodig tante Agaath uit voor eerste kerstdag. Ze kijkt me aan, weet ook niet hoe ze verder moet en accepteert de uitnodiging.
Dwarsdenker
Verschenen in Z-netwerk, dec. 2010
woensdag 1 juni 2011
Onthutsing over lasten PGB
Daarbij richtte veel kritiek zich op bezuinigingen op het PGB, wat op zichzelf ene pijnlijk verschijnsel is. In het artikel kwam echter ook naar voren dat niet alleen die bezuinigingen een rolspelen maar de stapeling van kortingen en bezuinigingen waarmee de PGB-houder veelal te maken heeft. Die kortingen en bezuinigingen liggen ook nog al eens buiten het directe PGB-budget.
Het lijkt er vaak op dat de overheid niet eens doorziet welke gevolgen haar maatregelen hebben voor bepaalde specifieke groepen. De kritiek op de mate waarin PGB-houders met kortingen worden geconfronteerd , komt niet alleen uit de hoek van de cliënten zelf maar ook van hulpverleners. De laatsten zien er bijvoorbeeld een belemmering in voor mogelijke cliënten om zich bij hen te melden. Er wordt ook op gewezen dat van het totale AWBZ-budget maar ééntiende bij het PGB terechtkwam.
Duidelijk blijkt uit de reacties dat de mensen een tweedeling van de maatschappij vrezen waarin arm en rijk steeds verder uit elkaar groeien. Tot die arme onderklasse gaat een groot deel van de PGB-houders behoren als alle kortingen en bezuinigingen doorgaan. Zoals gewoonlijk snijdt de samenleving zichzelf daarmee in de vingers omdat er een toevlucht zal volgen naar duurdere zorgvoorzieningen.
Bron: Thuiszorgnieuws
Commentaar; En hoe verwacht de minister om echt 2 miljard te bezuinigen? Mantelzorgers vallen uit, clienten kiezen voor intramurale zorg. Komend jaar nog de overheveling van de functie begeleiding naar de AWBZ, het inkrimpen van de WSW en het verdwijnen van de Wajong. Marx zou zeggen Totale Verelendung van de onderklasse.
Ik vind dit a-sociaal en dom.
Dwarsdenker
vrijdag 20 mei 2011
Rondetafelgesprek over de Verstandelijk gehandicaptenzorg
maandag 16 mei 2011
Zorglandschap 2.0, de zorg over 10 jaar
Als aanhanger van het denken van Goldratt, ben ik altijd op zoek naar het kernconflict in complexe systemen. In de geneeskunde zijn de symptomen de oppervlakkige kenmerken van de onderliggende ziekte. In ziekenhuizen is er een permanent conflict tussen de artsen, die elke zieke optimaal en tegen elke prijs willen behandelen, en de managers, die binnen financiële grenzen willen werken om zo de organisatie op lange termijn te laten overleven.
In de samenleving gaat het conflict tussen de burger, die het recht heeft om zijn leven op zijn manier in te richten en de overheid, die om de belangen van alle burgers te behartigen, de vrijheden van het individu inperkt.
Zo gingen mijn gedachten, rijdend op de A2, op de terugweg van opnieuw een boeiende bijeenkomst van Z-netwerk. Met zo'n 50 anderen was ik weer gastvrij onthaald door Wim Croesen op spookkasteel Waardenburg om daar te discussiëren over de toekomst van de zorg in Nederland en daarbuiten.
De sprekers, Patrick Jeurissen en Wim Huppes, namen ons mee op een boeiende expeditie in het Zorglandschap van de toekomst.
Jeurissen, clustercoördinator strategie/kennis bij de directie Macro-economische vraagstukken en arbeidsvoorwaardenbeleid van het Ministerie van VWS ging met name in op het vraagstuk van de betaalbaarheid van de ziekenhuiszorg in de toekomst en hoe de overheid haar rol daarbij ziet in het spel van dwang en markt.
Huppes, internist, filosoof, bedrijfskundig adviseur en schrijver, behandelde met veel vuur de mogelijkheden van de patiënt om zelf sturing te geven, mede gebruik makend van sociale en internationale netwerken.
Patrick Jeurissen
Alleen al, dat het Z-netwerk gelukt was om Jeurissen als directe adviseur van de Minister van VWS, te strikken, maakte zijn aanwezigheid bijzonder. Hij startte dan ook met de opmerking, dat hij niet per definitie het standpunt van het Ministerie weergaf, maar primair zijn eigen mening.
Hij startte met het kerndilemma voor de overheid, de reële groei in diverse sectoren van nu tot 2015.
Duidelijk blijkt, dat dit scenario ongewenst is. We geven nu bijna 10 % van ons BNP uit aan zorg, waarvan 4 % aan langdurige zorg. Binnen 15 jaar is de minimumloner het grootste deel van zijn inkomen kwijt aan gezondheidszorg. Als we dit niet willen dan wordt dus een nog zwaarder beroep gedaan op het solidariteitsbeginsel. Gezondheid wordt onbetaalbaar. We moeten levens en kosten sparen.
In een kwadrant met op de ene as kwaliteit en de andere betaalbaarheid, schetst Jeurissen een scala aan deeloplossingen. Enerzijds gaat het dan om voorkomen van medische fouten en wachttijden, anderzijds om ziektemanagement, substitutie en het voorkomen van complicaties.
Gelukkig komt er steeds meer zicht op de kwaliteit van de zorg. We weten nu, dat afhankelijk van de organisatie zaken als therapietrouw, ziekenhuisinfecties en overlijdenskansen sterk wisselen. Er zijn dus veel kansen om te leren, zoals ook Huppes in zijn verhaal aantoont.
Jeurissen gaf een aantal ideeën aan, hoe de kosten van de zorg in te perken:
- Vermindering van het tekort aan bepaalde functies (bv OK-personeel) gecombineerd met loonmaatregelen en productiviteitsverbetering.
- Effectief ziektemanagement en meer gepersonaliseerde medicijnverstrekking en bewaking.
- Substitutie naar 1-e lijnszorg, medicijnen ipv opereren, invoering van alle vormen van e-health.
- Optimaliseren van de medische kwaliteit: patiëntenlogistiek, veiligheid, beperking van fouten en complicaties.
Kortom, het Zorglandschap van Jeurissen bestaat uit meer 1,5-lijns basiscentra. Daar zijn naast huisartsenzorg kleine ingrepen mogelijk, wordt hard gewerkt aan preventie, zelfmanagement en therapietrouw en komen alle chronische patiënten.
Vervolgens komen de ziekenhuizen met toenemende specialisatie in bulk-operaties. Daarboven komt dan de laag met topklinische zorg, hoge specialisatie, kennisuitwisseling en R&D.
Een aantal van deze ontwikkelingen zijn nu al zichtbaar in het beleid, maar de implementatie kost veel tijd en moeite, zowel in het politieke als het maatschappelijke en zorgkrachtenveld.
Er zullen keuzes gemaakt worden, bv rond specialisatie en het laten verdwijnen van functies. Een ziekenhuis opheffen is vele malen lastiger dan functies verbieden. Een overheid of verzekeraar, die dit dwingend oplegt, ervaart weerstand.
Er wordt te weinig geleerd van best practices, bv van organisaties als Kaiser, Mayo of Maccabi health (en dit wordt door Huppes onderschreven).
De kwaliteitsvraag wordt te weinig gesteld.
Het financieringsstelsel moet nog verder op de schop: prospectieve en gemengde beloning, selectieve contracten, risicodragend investeren
Geen numerus fixus of clausus in opleidingen, etc.
Wim Huppes
Huppes zet zwaar in met zijn klachten over de huidige Nederlandse gezondheidszorg. Deze gaat vooral uit van wat er al is, vernieuwt maar langzaam, is aanbodgestuurd, kijkt te weinig naar het effect. De kennisvernieuwing die er is, verdwijnt (Organon/ MSD) , er wordt te weinig geleerd.
Zijn eerste voorbeeld is de behandeling van diabetes 2, waar in Nederland nauwelijks verbetering in optreedt.
Tegelijk blijkt de Mayo-kliniek in Canada in staat 90% van de patiënten te genezen, maar in Nederland wordt dit niet opgepikt en de overheid speelt hierin geen enkele rol.
Als tweede voorbeeld pakt hij het rigide werken volgens richtlijnen. Daarbij vindt geen onderzoek plaats naar de effectiviteit.
Bij Kaiser permanente, een Californisch bedrijf, dat de eerste en tweede lijn geïntegreerd heeft, onderzoekt men continu of het volgen van de richtlijn het gewenste effect heeft, en of artsen, die bewust afwijken, gelijk hebben. Dus een permanente integratie van behandelen en onderzoek als basis voor verbetering en aanpassing.
Huppes pleit voor een “technologie push”in de medische wetenschap.
Allereerst door invoering van genoomchips, waarbij het hele DNA van patiënten op chip gezet wordt en zo kan worden vergeleken met het DNA van anderen, gezond en ziek. Zo kan veel nauwkeuriger bepaald worden waar op de keten het probleem zit. Gelijke diagnoses blijken verschillende oorzaken te hebben, er wordt gefocust op de dieper liggende oorzaken en op een gen gebaseerde farmacologie. Daardoor kunnen de kosten omlaag en nemen de kansen van de patiënt toe.
Waar liggen de kansen voor de patiënt?
Huppes refereert aan de social media revoluties, zoals we die de afgelopen maanden gezien hebben in Noord-Afrika. Patiënten uit de hele wereld kunnen zich via social media verenigen en samen een voldoende grote groep vormen om onderzoek en behandelexperimenten mogelijk te maken en de opgedane kennis daarover weer snel te delen.
Zo is Elizabeth Vroom moeder van een zoon met Duchenne spierdystrofie, een erfelijke ziekte waarbij jongens/mannen de ziekte hebben en meisjes/vrouwen draagster zijn. Omdat de ziekte bij 1 op de 4000 jongens voorkomt, was onderzoek lastig en niet rendabel.
Zij heeft een internationaal register opgericht, waar lijders aan deze ziekte zijn opgenomen, en het daarmee mogelijk gemaakt, dat internationaal onderzoek op gang is gekomen.
Via DNA onderzoek en RNA-interferentie blijkt het nu mogelijk de kwaliteit van leven van Duchenne patiënten te verbeteren.
Gelijksoortige internationale ontwikkelingen zijn bijvoorbeeld de behandeling van spinale spieratrofie en progeria.
Wanneer we het hebben over het Zorglandschap 2.0 van Huppes, dan gaan we op reis naar een medische wetenschap, waar in de toekomst ingrepen in DNA en RNA normaal worden, waar patiënten de nationale grenzen van de zorg doorbreken door zich mondiaal te verenigen en zich mondiaal laten behandelen. Hooggespecialiseerde zorg zal zich niet alleen binnen, maar ook over de landsgrenzen ontwikkelen. Nu al kun je je voor diverse aandoeningen beter en goedkoper laten behandelen in het buitenland, maar is er verzet van overheid en verzekeraars.
Of Nederland daarin een rol gaat spelen, gegeven de afbraak van wetenschappelijk onderzoek is voor Huppes de vraag.
Conclusie
Beide inleidingen leverden veel discussie op met voor mij als belangrijkste de vraag of de toenemende behandelbaarheid van vele ziekten en aandoeningen en de daarmee toenemende levensverwachting niet de kosten van de zorg omhoog jaagt. Daarin speelt mee, dat de meeste zorgkosten in de laatste 1 1/2 jaar van een mensenleven gemaakt worden en dat onvoldoende wordt nagegaan of de lengte van een leven gelijk is aan de kwaliteit van leven. Of technologische vernieuwingen zoals Huppes aangeeft, voldoende kostenbesparing opleveren, blijft voorlopig de vraag. Een overheid, die in korte kabinetsperioden en polderend, zeer wisselend optreedt in bijvoorbeeld preventie van alcohol, vetgebruik of bio-induistrie of in marktdenken, creert geen duidelijke koers naar de toekomst. Met de vraag of niet behandelen, zeker bij ouderen, ook een optie is, betraden we de ethiek en werd het gesprek nog gecompliceerder.
Al met al kregen we een fraaie sight-seeing in het zorglandschap van de toekomst.
Siebo Hakse is organisatie-adviseur, interim-manager en schrijver
dinsdag 19 april 2011
ZIT U LEKKER?
Maak een boeiende organisatie voor zittende en nieuwe medewerkers.
Een boeiend onderwerp. We gaan naar een toekomst met grote krapte op de arbeidsmarkt en steeds meer zorgvragers. Er moeten in deze kabinetsperiode nog 12.000 extra verpleegkundigen bijkomen. De sector staat onder zware financiële druk, efficiencyslagen en bezuinigingen zijn aan de orde van de dag. Veel zorgmedewerkers geven in onderzoek aan, dat ze niet gelukkig zijn in de zorg en overwegen de sector te verlaten. Ik had dus hoge verwachtingen.
Jan Aghina

Jan Aghina, bestuursadviseur, voormalig directeur van de NVZD, arts met een brede bestuurservaring in zorg en bedrijfsleven trapte af met het toekomstscenario. Minder personeel, instroom vooral allochtonen, rondom 2020 zullen alle schoolverlaters nodig zijn voor de zorg.
Hoe gaan we tekorten voorkomen via vergroting van de instroom, vermindering van de uitstroom en verhogen van het rendement van de verpleegkundige?
Om met de laatste te beginnen: uit Europees onderzoek blijkt, dat er in Nederland twee keer zoveel handen aan het bed zijn vergeleken met omringende landen. Dus, aldus Aghina, daar valt nog een grote slag te slaan.
Verpleegkundigen doen maar 50% van de tijd verpleegkundig werk, hoofdverpleegkundigen doen 70% van de tijd niets. Zijn conclusie is duidelijk, dat kan efficiënter.
Waarom verlaten mensen de zorg? Aghina noemt 5 belangrijke factoren:
* verlies van autonomie ten gevolge van bureaucratie en permanente noodzaak tot verantwoording,
* de bureaucratische ratrace,
* een te grote caseload,
* gebrek aan respect van en voor elkaar, patiënten en de omgeving
* lage waardering,
* (para-)medisch wangedrag en onprofessioneel handelen
Zijn eerste oplossing, uitgaande van de Paretoverdeling in personeel, heet dan ook: Weg met de
2 % disfunctionerende medewerkers.Daarbij maakt hij niet duidelijk of dit voor alle geledingen en lagen van de organisatie geldt. En als dat onvoldoende is, kan ook de volgende 2% vertrekken.
Hoe vind je die 5%? Systematisch werken met 360 0-feedback en andere HRM-instrumenten.
Daarmee worden we hopelijk verlost van het onprofessionele handelen.
Efficiency slagen zijn verder nog te maken in de gehele zorglogistiek en in redesign la Porter.
Maar hoe houden we nu de medewerker vast in de organisatie. Evenals Kjeld Aij verwijst Aghina naar de kenmerken van de huidige Y-generatie. De jeugd, die vrije tijd en een prettig leven belangrijk vindt, daar wel geld voor nodig heeft, maar zich niet gebonden voelt aan een werkgever. Die jongere kent in zijn loopbaan gemiddeld acht werkgevers en bepaalt zelf wat hij waar wil doen. De kunst is hen te binden en te boeien en dat gaat niet alleen met geld.
Het advies is een excellente organisatie te creëren met een duidelijke visie en heldere waarden. Geef mensen de kans zich te ontwikkelen en te leren, maak een merk als organisatie, leer uit het verleden van bijvoorbeeld Philips.
Onderscheid je ook door iets extra, bijvoorbeeld door gemaksdiensten te verlenen, zoals kinderopvang, was-, stoom- en strijkservice.
Wees trots op je medewerkers en laat dat weten, zodat zij ook trots kunnen zijn op de organisatie waar ze werken.
Echt vernieuwend? Ik denk, dat de paradigmaverandering van werknemer naar medewerker al lang is ingezet in de zorg. De volgende verandering is die naar intrapeneur, de werkaannemer, die onderneemt. De slag, die de komende 10 jaar gemaakt moet worden.
Aghina gaat daarbij vooral uit van de noodzakelijke slagen in de ziekenhuiswereld. Hoe de caresector dit alles moet aanpakken, is minder duidelijk.
Kjeld Aij

Aij is hoofd operatiekamers van het VUmc, verpleeg- en bedrijfskundige. Grootstedelijk, veel concurrentie van andere ziekenhuizen en (zorg-) organisaties, complexe en belastende zorg.
Zijn verhaal centreerde zich met name op het krijgen en behouden van de Y-generatie, de leeftijdsgroep van 8 tot 31 jaar. In 2014 vormt die generatie 47% van de arbeidsmarkt.
Het gaat hen om geld, zelfontplooiing, kennis opdoen en betekenis en daar moet de werkgever op aan sluiten, wil hij deze groep bereiken. Is er te weinig uitdaging of geen goede werksfeer, dan denkt de Y-mens over opstappen.
Maar ook de oudere generatie vraagt aandacht. Gaan we straks 66-jarige OK-verpleegkundigen aantreffen? Enerzijds hebben ouderen de ervaring en zijn het de cultuurdragers, anderzijds dreigen burn-out en verouderde kennis in een omgeving, waar de veranderingen snel gaan en de werkdruk alleen maar toeneemt. Ieder jaar worden nu 2 miljoen biomedische artikelen gepubliceerd. De vraag is dus wat we NU moeten doen om medewerkers ook op lange termijn vitaal houden en hun kennis te actualiseren. Aij pleit met Weggeman voor het creéren van T-profielen, een combinatie van generalisme en specialisme. De eerste 5 jaar in een baan besteedt de medewerker aan een (super-)specialisme, daarna is er een combinatie met generalistisch werken. Hij doet dit onder meer door OK- en SEH personeel uit te wisselen.
Dat vraagt op alle manieren een nieuwe vorm van managen en dienend leiding geven.
Ook Aij noemt het belang van boeien en binden. (Zie ook mijn verslag van de vorige netwerkbijeenkomst met dezelfde thema's)
Elementen in het binden zijn goed werkgeverschap, eerlijkheid, inspelen op verschillen in leeftijd en cultuur, talentmanagement, een opdracht aanbieden i.p.v. een baan en oog voor de work/life balans. De manager praat minder over efficiency en functiebeschrijvingen en meer waarden, zoals elkaar vertrouwen, trots, passie en plezier.
Conclusie
Meer dan ooit is er behoefte aan Human Resource Management, maar dan wel die vorm, waar de uniciteit van het individu gezien en gewaardeerd wordt, waar dienend leiderschap en oog voor de hele mens, de werkaannemer, cruciaal is. Het vraagt volwassenheid in de relatie met een medewerker, die het in de toekomst zeker in de zorg meer voor het zeggen krijgt.
Dat vraagt zowel in vorm als inhoud een totaal nieuwe aanpak.
Deze week zond ik dit citaat naar een aantal collega's, die zich met talentmanagement bezighouden. Mijn vraag aan u, lezer, is: "Is uw organisatie al op weg om dit paradigma te leven?”
If Google were a person, what kind of person would it be?
Business psychologist Douglas LaBier has an interesting take on that question.
Google displays the model of a psychologically healthy adult in today's world, LaBier wrote in an article in The Washington Post. Googles corporate culture and management practices depend upon qualities like transparency, flexibility and collaboration with diverse people; non-defensiveness, informality, a creative mind-set and nimbleness, all aimed at aggressively competing for clear goals within a constantly evolving environment.”
Siebo Hakse, adviseur en interim-manager
Als artikel verschenen in Z-netwerk, maart 2011
maandag 7 maart 2011
Zorgpad: efficiënt door het ziekenhuis heen
‘Ik dacht: wat Toyota kan, dat moet een ziekenhuis toch ook kunnen. Daarom propageer ik de aanleg van zorgpaden in ziekenhuizen,’ zegt econoom Guus Schrijvers, hoogleraar volksgezondheid aan het UMC Utrecht, in NrcHandelsblad van 26 februari.
Nicolette Huiskes, medisch adviseur van zorgverzekeraar CZ, zegt in de krant over de zorgpaden: “Een zorgverzekeraar die zorg inkoopt, wil weten wat een ziekenhuis precies doet, hoe de behandeling eruitziet, of het resultaat goed is, of patiënten tevreden zijn. Tot een paar jaar geleden was daar geen taal voor.”
Die taal is ondertussen overgewaaid uit Japan en Amerika. Nederlandse ziekenhuizen zijn aan het toyotiseren, ze worden lean, of volgen sixsigma-procedures voor de kwaliteit- en tijdbewaking. Steeds vaker leggen artsen en verpleegkundigen alles vast in zorgpaden. Een patiënt die aan een pad begint krijgt van tevoren te horen welke behandeling hij krijgt, hoe lang hij onderweg is, welke gevaren hij loopt en wat hij aan resultaat kan verwachten. De zorg is hierdoor sneller en efficiënter, en de wachttijden voor patiënten zijn korter.
28 februari 2011, bron: ZM magazine
Zorgpaden moeten echter wel goed in relatie staan met wat er verder in het ziekenhuis gebeurt.
Het komt regelmatig voor, dat snelle zorgpaden leiden tot vertraging in een ander deel van de behandelprocessen.
Dwarsdenker
zondag 19 september 2010
Gezondheidsmanagement is winst
Het congres Gezond in bedrijf live!, een terugblik
Inleiding
Vandaag gelezen op Internet: HR-managers doen weinig aan ziekteverzuim
“41% van de hr-managers weet niet wat de kosten van verzuim binnen het bedrijf zijn. De helft van de bedrijven steekt ook geen geld in het gezond houden van werknemers, terwijl driekwart te maken heeft met de kosten van veelverzuimers.
Tweederde van Nederlandse HR-managers en directeuren verwacht dat het verzuim in Nederland de komende jaren stabiel zal blijven. 40% is ook van mening dat verzuim erbij hoort en dat je daar weinig aan kunt veranderen. Dat blijkt uit onderzoek van Nationale-Nederlanden onder 635 HR-managers en directeuren. 41% van de ondervraagden is niet goed op de hoogte van de kosten van verzuim binnen het bedrijf.
Ook blijkt dat ruim de helft van de bedrijven geen specifiek budget reserveert voor de gezondheid van de werknemers, terwijl driekwart van alle respondenten te maken heeft met de kosten van veelverzuimers. Bijna de helft van de bedrijven geeft aan meer te gaan doen aan arbeidsvitaliteit en verzuimpreventie, mits ze daarbij ondersteuning zouden krijgen van bijvoorbeeld een arbodienst, de overheid of een verzekeraar. Doordat Nederlanders langer doorwerken, meer mensen een ongezonde levensstijl ontwikkelen en het aantal chronisch zieken groeit, zal het verzuim in Nederland stijgen.“
Verwondering was mijn deel. In de zorgsector ligt het verzuim op ruim 5 %, 1 op de 20 medewerkers is afwezig. Wat dat kost? Om te beginnen doorbetaald loon, voeg daar aan toe het verzetten van afspraken, het zoeken van een vervanger, het betalen van die vervanger, de kosten van de ARBO-dienst, de medewerkers, die die dag niet verder kunnen, enz., dan loopt het fors in de papieren. De HRM-manager van een van mijn klanten had berekend, dat elke zieke medewerker per dag ruim €400 kost aan directe en indirecte kosten. 1% minder ziekteverzuim levert elke organisatie kapitalen op.
De laatste jaren is aan de curatieve kant veel gedaan, zowel aan de directe aanpak van de zieke medewerker als aan het werken aan een cultuur, waarin ziek niet gelijk is aan arbeidsongeschikt.
De volgende stap is dan preventie, het voorkomen dat mensen ziek worden. Ook daar is aan de directe oorzaken al veel gedaan. Een flink aantal regels gericht op arbeidsomstandigheden is gerealiseerd. Denk aan veiligheidsschoenen, steigers ipv ladders of de hele roostersystematiek, mn in de onregelmatige diensten.
Daartegenover staan steeds meer lifestyle-problemen en de dubbele vergrijzing. We eten en drinken te veel, bewegen te weinig en de werkdruk blijft stijgen, waardoor stressgerelateerde klachten steeds meer voorkomen. De vergrijzing leidt tot een grotere kwetsbaarheid bij fysiek zwaar werk- de AOW-discussie bood voldoende aanknopingspunten hiervoor- en ook bij psychisch belastende activiteiten wordt een soms te groot beroep gedaan op de flexibiliteit van medewerkers.
Reden genoeg om op 1 juni af te reizen naar het Spant in Bussum voor het congres “Gezond in bedrijf live!”. Het bekende recept: ’s morgens 2 sprekers, ’s middags workshops over diverse thema’s. Borrel na afloop, dus geen verrassingen hier.
Mentale capaciteit en leeftijd
Jan Walburg, Trimbosinstituut, sprak over de veranderingen in de mentale capaciteit in de loop van het leven. Goed onderbouwd onderzoek toont aan, dat psychische problemen al tot meer arbeidsongeschiktheid leidt dan de nummer 2, fysieke ongelukken. De laatste 10 jaar is bovendien het werkverzuim tgv psychische problemen verdubbeld. Daarbij bestaat er ook een sterke samenhang tussen lichamelijke en psychische problemen. Veel bekende welvaartsziekten, zoals hartklachten gaan gepaard met depressieve klachten.
Hij pleitte dan ook voor vroege signalering en behandeling; samen hebben beide een zeer positief effect voor de productie- en de zorgkosten. Investeren hierin levert dus geld op. Walburg liet zich echter niet uit over hoe dat moet.
Psychische klachten door werkstress ontstaan wanneer iemands baan op de tocht staat. Mensen, die dit overkomt, vertonen anderhalf keer meer klachten dan zij, die veilig zijn. Daarnaast heeft zo’n 40% van de Europeanen klachten over werkstress. De belangrijkste gevolgen daarvan zijn meer verzuim, verminderde productiviteit, oordeelsvermogen en kwaliteit.
Kortom, mensen mentaal gezond en weerbaar houden en maken, loont. Geluk verruimt de weerbaarheid en levert reserve. Vriendschap, spel en voldoening in werk/ leven leveren geluk op.
Walburg noemde 6 principes voor geluk:
1. Positief en optimistisch denken
2. Leven vanuit betekenisvolle missie en dit succesvol kunnen nastreven
3. Bewust leven en genieten
4. Interactie met anderen
5. Gezonde leefstijl
6. Geluk delen
En dan zie ik al die personeelsmanagers al denken: “Moet ik mijn mensen nu ook nog gelukkig maken?”
Gelukkig had Walburg ook hier 5 tips voor:
1.Ruimte voor eigen inrichting van het werk
2.Ruimte voor het ontwikkelen en benutten van persoonlijke vaardigheden en talenten
3.Maatschappelijk aansprekende missie
4.Werken met anderen die aan hun werk zijn toegewijd en die elkaar positief stimuleren
5.Een ruimtegevende stijl van leiderschap met persoonlijke aandacht van leidinggevenden
Twee van de vijf moeten voor de zorg geen probleem zijn, dus slechts drie te gaan, dan leveren die gelukkige medewerkers 10-25% meer arbeidsproductiviteit.
Duurzame inzetbaarheid
Duurzame inzetbaarheid is de mate, waarin medewerkers productief, gemotiveerd en gezond willen en kunnen blijven werken binnen en/of buiten het bedrijf/ de organisatie.
Koos van der Spek van Siemens ging in op het nut van gezondheidschecks. Dit bedrijf biedt werknemers al jaren de mogelijkheden tot een jaarlijkse checkup, waarin een conditietest, meten van vet en cholesterol aan de orde komen en de WAI- de Work Ability Index- wordt afgenomen.
De WAI meet:
- arbeidsgeschiktheid op dit moment
- bestand tegen lichamelijke beroepseisen
- bestand tegen psychische beroepseisen
- ziekten of verwonding waaraan men lijdt
- mate waarin ziekte of verwonding het werken beïnvloedt
- ziekteverzuim in afgelopen 12 maanden
- prognose arbeidsgeschiktheid in komende twee jaar
- geestelijke reserves
Enkele resultaten uit de tests leveren het volgende beeld.
* Een goede conditie (VO2-max) leidt tot 40-60% minder ziekteverzuim, afhankelijk van de leeftijd.
Onderzoek onder 600 medewerkers gevolgd van 2000 tot 2008:
* Fitte werknemers (hogere VO2-max) scoorden significant beter op werkvermogen, gemeten met de Work Ablily Index (WAI)
* Fitte werknemers verzuimen significant minder dan hun minder fitte collega’s
* Werknemers met een beter werkvermogen verzuimen minder snel in vergelijking tot collega’s die lager scoren op werkvermogen
Dus: fitte werknemers hebben een beter werkvermogen en verzuimen daardoor minder
* Leeftijd was niet van invloed op bovenstaande relaties
* Het loont dus voor bedrijven om zich actief in te zetten voor fysieke en mentale vitaliteit om zo het werkvermogen van de werknemers te stimuleren en verzuim aan te pakken.
Daarnaast doet Siemens aan meer standaard onderzoeken. Een goede RIE, die ook stringent opgevolgd wordt, de RSI-Kans-monitor en een 0-ongevallen beleid maken hier deel van uit.
Medewerkers kunnen individuele leefstijladviezen krijgen, er zijn regelmatig gezondheidsweken, etc.
Wat levert dat beleid dan op?
Ziekteverzuim % landelijk ongeveer 4,5%, Siemens al jaren onder 2,4%
Siemens 1% ziekteverzuim minimaal euro 1,2 miljoen, dus een besparing van minimaal 2,2 miljoen euro
WIA/WGA-instroom5 x lager dan landelijk gemiddelde
Belangrijkste: gemotiveerde medewerkers
Kosten volgens van der Spek zo’n 2 ton per jaar.
Na een gezonde lunch was het tijd voor de workshops. In drie ronden kwamen praktijk en theorie aan de orde. Wat daarbij opviel, was dat de BRAVO in de theoretische bijdragen vaak het uitgangspunt was.

Meijke van Herwijnen van Visiom ging in op de relatie tussen voeding, stress en werk. Zij liet zien hoe deze drie factoren elkaar wederzijds beïnvloeden en daardoor samen diverse negatieve gevolgen opleveren voor de persoon en de werkorganisatie. Een groter risico op diabetes en vaatklachten, vermoeidheid, vaker ziek, slechte conditie, minder veerkracht, minder zelfvertrouwen.
Pieter Iedema van het NISB ging in op diverse healthchecks, gebaseerd op een rapport van TNO. Hij liet zien hoe verschillende wetenschappelijk onderbouwde testen ingezet kunnen worden om de medewerker meer zicht te geven op zijn gezonde gedrag en de kosten van deze tests. Vervolgens beschreef hij hoe deze tests al dan niet gecombineerd met fysieke tests en diverse vervolgactiviteiten in een organisatie ingezet kunnen worden. Duidelijk is dat het werken aan gezondheid van medewerkers een goede conditie en inzet van alle betrokkenen vraagt.
Ook Jan Prins van SKB grossiert in allerlei tests. In zijn bijdrage liet hij in het bijzonder zien welke interventies er mogelijk zijn om de energie en het enthousiasme van medewerkers te verhogen, afhankelijk van werkbeleving en het belang van de medewerker.

De laatste meer theoretische bijdrage was van Marleen Teunis van Van Campen Consulting.
Haar bijdrage ging over Oplossingsgericht verzuimmanagement. Zij liet zien hoe met deze aanpak het verzuim naar 3 % teruggedrongen kan worden.
De praktijk kwam aan het woord in de bijdragen van Cees Hoekstra van FloraHolland, bloemenveilingen en van Rik-Jan Modderkolk van Pon automobielbedrijven.
Beide gaven aan, waarom en hoe zij zijn gekomen tot interne gezondheidsprogramma’s, waarin zowel de curatieve als de preventieve kant methodisch aangepakt worden.
De eerste liet zien hoe enthousiasme in het management kan leiden tot een sterke cultuur van bewegen en gezond eten. Zelf een enthousiaste loper heeft hij zijn bedrijf op sleeptouw genomen.
Als effecten benoemde hij:
- A healthy body & brain is a joy for ever
- bewegen heeft aantoonbare effecten op cognitieve en fysieke fitheid
- bewegen bevordert de gezondheid en het prestatievermogen
- bewegen verbetert het prestatievermogen
- minder verzuim
- neutraliseert stress
- verhoogt productiviteit
- werkt positief op motivatie
- zorgt voor hogere/langere belastbaarheid
- draagt bij aan betere vaardigheden om langer zelfstandig te functioneren
Modderkolk noemde als belangrijkste resultaten:
1. Ziekteverzuim 3,2 %.
2. Zorgconsumptie specialisten 25 % lager dan NL benchmark.
3. Reductie verzuimdagen fysiek 20%
Incompany Fysiotherapie, locatie Leusden.
Sport Communities in hardlopen, schaatsen, golf, hockey, zaalvoetbal, MTB, wandelen, zeilen, 1400 deelnemers.
De conclusies
De dag overziend kun je niet anders dan constateren dat gezondheidsmanagement loont.
Gezonde medewerkers, die goed eten en bewegen, niet roken en niet teveel drinken leveren winst op voor het bedrijf. In euro’s, in productiviteit, in minder uitval, minder verzuimkosten, maatschappelijke goodwill, aantrekkelijk werkgeverschap, etc.
Er zijn kosten aan verbonden. Directe kosten als het faciliteren van tests, bewegings- en voorlichtingsprogramma’s, indirect omdat het vraagt om langdurige methodische aandacht. Verschillende bijdragen toonden aan, dat de kost voor de baat uitgaat en dat de baten hoger zijn dan de kosten.
Bleef alleen de vraag over, waarom niet veel meer organisaties hier niet systematisch mee aan het werk gaan.
Siebo Hakse
vrijdag 13 augustus 2010
Reactie KNMG op plannen kabinet in wording
Doelmatige zorg vergt visie, geen botte bijl
- Persbericht KNMG -
In de bezuinigingsplannen van CDA en VVD voor de zorg die deze week naar buiten kwamen, ontbreekt enige lange termijn visie. Dit is beschadigend voor de zorg en biedt geen daadwerkelijke oplossing. VVD en CDA stellen bezuinigingen voor op onder meer de huisartsenzorg, het basispakket en de ouderenzorg.
Met deze botte bijl bezuinigingen ontkennen de partijen dat de zorg een maatschappelijk uitermate nuttige en productieve sector is. Ondoordachte bezuinigingen leiden tot verlies van werkgelegenheid, oplopende kosten voor individuele burgers en een slechtere kwaliteit en toegankelijkheid van zorg. Artsenorganisatie KNMG heeft er bij herhaling krachtig voor gepleit dat het volgende kabinet een lange termijn visie op de gezondheidszorg ontwikkelt.
Eigen risico schijnbezuiniging
Zo vormt een hoog eigen risico in de ogen van de KNMG een schijnbezuiniging. Door de noodzakelijke compensatie van bepaalde groepen burgers leidt dit immers onontkoombaar tot lastenverzwaring, want een inkomenscorrectie met bijbehorende administratieve rompslomp zal onvermijdelijk zijn. Het is dus per saldo geen bezuinigingsmaatregel.
Concentratie
Wat moet er gebeuren? Reorganiseer de ziekenhuiszorg en concentreer hooggespecialiseerde zorg in een veel kleiner aantal regionale centra. Sluit de eerstelijnszorg en de ziekenhuiszorg regionaal goed op elkaar aan. Versterk de eerstelijnszorg in plaats van erop te bezuinigen, want in de eerste lijn moet de – door vergrijzing in omvang snel toenemende - chronische zorg worden geleverd.
Niet snijden in AWBZ
De kosten van de AWBZ kunnen deels worden teruggedrongen door overheveling van ouderenzorg naar de Zorgverzekeringswet. Met botweg bezuinigen op de AWBZ tref je juist de meer kwetsbaren in de samenleving. Met overheveling kan die zorg juist zuiniger en ook nog beter worden vormgegeven.
Andere maatregelen
Investeer in e-health om de zorg doelmatiger te maken en op arbeidskrachten te besparen. Investeer in herschikking van taken van artsen naar verpleegkundigen: goedkopere zorg met behoud van kwaliteit. Stimuleer veel krachtiger dan nu de preventie van ziekten en stel paal en perk aan gezondheidsverslechterende invloeden. Analyseer het verzekerde pakket en kijk daarbij vooral naar overbodige medicijnen, maar ook naar omstandigheden waarin behandelingen wel of juist niet (meer) zinvol zijn.
Blijvend effect
Zulke ingrepen vergen visie en geduld, maar leiden wel tot blijvende verbeteringen. Het hanteren van de kaasschaaf en korte termijn bezuinigingen zoals nu lijken te worden voorgesteld, zijn per definitie ondoelmatig, omdat ze de organisatie- en financieringsstructuur van de zorg ongewijzigd laten. Alleen met visie kan op den duur bezuinigd worden met behoud van kwaliteit. Wat CDA en VVD nu voorstellen, leidt over een paar jaar weer tot herhaling van dezelfde zetten.
