Posts tonen met het label Goldratt. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Goldratt. Alle posts tonen

zondag 2 februari 2014

Uw strategisch plan binnen één dag?


 Ja, dat kan met onze bedrijfskundige aanpak.


Uw doel?

Juist in deze tijd is het zaak, dat u vooruit kijkt en denkt en de goede onderwerpen op uw beleidsagenda zet. De marges zijn te klein geworden om fouten te maken en energie te verspillen aan de verkeerde thema’s.
Het wordt steeds belangrijker, dat alle neuzen de juiste kant op staan. Naast optimalisatie van uw huidige bedrijfsvoering, is het nog belangrijker geworden om vooruit en om u heen te kijken. Wat brengt de toekomst, wat doet de markt, wat doen uw concurrenten, hoe kunt u een voorsprong behalen?

Aanlokkelijk?


Ook uw probleem?

Bedrijven en organisaties, die strategische plannen maken, stellen vaak niet de juiste prioriteiten, maken keuzes die geen bijdrage leveren aan het gewenste centrale doel. Zij nemen bovendien vaak teveel hooi op hun vork. Daardoor lopen hun projecten uit, worden te duur of leveren niet het gewenste resultaat op. Dat brengt hen in de verleiding om ter compensatie extra projecten op te starten, waardoor het probleem van op tijd en in budget alleen maar groeit.

Ons aanbod

In 4 tot 8 uur realiseert u met uw (management-)team uw strategisch beleidsplan, met daarin een beperkt aantal doelen, die cruciaal zijn voor het realiseren van uw missie en waarover consensus is in uw (management-)team en. U heeft verantwoordelijken per doel vastgesteld en afspraken gemaakt voor het vervolg.

De benodigde tijd wordt bepaald door de kwaliteit van de voorbereiding, de kennis van uw organisatie en uw omgeving en het aantal deelnemers.

Voor wie?

Bestemd voor middelgrote en kleine teams in profit en non-profit organisaties, bv een directie-, management of afdelingsteam.

Onze fundamenten

Onze aanpak is gebaseerd op bedrijfskundige modellen afkomstig uit TOC (Theory of Constraints) en Lean en diverse creativiteitsmodellen. Daarmee zorgen we voor activerende sessies, die iedereen betrekken in de vormgeving van het plan.

De investering

De training is maatwerk. Daarom zijn er geen standaard prijzen. Na de kennismaking, interviewen wij de opdrachtgever en werken en lezen wij ons in in uw vraagstelling. Vervolgens gaan wij een hele of halve dag met uw team aan de slag. In principe komen wij met twee trainers die ieder hun eigen karakteristieke benadering hebben.

Wij spreken graag de mogelijkheden met u door.
Uiteraard bieden wij ook ondersteuning in het traject van uitvoering.
Geïnteresseerd? Bel 0649310490 of mail naar info@taotao.nl

dinsdag 10 april 2012

Geen spoor zonder dwarsliggers

Een trainingsbureau nodigde mij uit om een les te geven over weerstand. Even dacht ik, dat ik de Wet van Ohm mocht behandelen, maar gezien het karakter van het bureau bedacht ik me al snel, dat het over weerstand in organisaties moest gaan.
Nu klinkt weerstand negatief en ook een zoektocht op Internet leverde weinig positieve beelden op. De meeste mensen lijken niet blij met verandering. Ik moet toegeven, dat ik weerstand heb tegen de Postcodeloterij en vooral die kale Gaston en die schreeuwer Martijn, maar mocht hij met een cheque aan de deur staan, dan verdwijnt mijn weerstand als sneeuw voor de zon.
Mijn geliefde Theory of Constraints heeft echter de nodige gereedschappen om met weerstand om te gaan, want waarom verzetten mensen zich tegen verandering?
TOC noemt vier factoren, die een rol spelen en die vervat zijn in dit filmpje "Willen mensen wel veranderen?"
* De krokodil: men heeft onvoldoende last van de huidige situatie
* De prinses: er zijn te veel voordelen aan de huidige route verbonden
* De pot met goud: men ziet niet (in), hoe groot de winst aan het eind is
* De route bergopwaarts: men kan niet inschatten, hoe groot de risico's onderweg zijn


Door goed te luisteren, kun je nagaan, waar de bezwaren vooral zitten en je strategie daarop aanpassen. Ik doe dit in mijn verschillende rollen van coach, adviseur of trainer regelmatig.
Een goed stappenplan voor de route, de toekomst benoemen, de huidige situatie exploreren op zijn winst en verlies, allemaal onderdelen van een strategie om de zaak in beweging te krijgen.

TOC gaat echter nog een stap verder met de 6 lagen van weerstand.
1. "We/ik hebben geen probleem".
2. "Jij begrijp mijn/ onze problemen niet."
3. "We zijn het niet eens met de richting van de oplossing."
4. "Jouw oplossing kan onmogelijk het resultaat opleveren, dat jij beweert dat zal gebeuren."
5. "Jouw oplossing, hoe goed ook, zal zeer kwalijke neveneffecten opleveren."
6. "Er zijn belangrijke obstakels, die de invoering verhinderen."


Duidelijk mag zijn, dat elke laag eigen taalpatronen oplevert en vraagt om heel verschillende interventies. TOC heeft daarvoor instrumenten als de CRT, current reality tree, waarin alle problemen worden verzameld en in samenhang gebracht en de FRT, future reality tree, waar we alle interventies samenhangend verzamelen.

Voor mij is echter het belangrijkste de mindset, waarmee je een traject start:
Omarm weerstand!
Want: mensen gaan zelden naar hun werk met het doel te saboteren, ze zijn betrokken. Er is geen glans zonder wrijving, geen spoor zonder dwarsliggers.
Juist door de weerstand te omarmen, kunnen kwaliteit en acceptatie van de uiteindelijke oplossing en invoering sterk verbeteren en was dat niet het doel?

Vraag: herken je de factoren van weerstand en de lagen van weerstand?

Meer weten? Creative trainers geeft elke maand een training TOC voor beginners.

zondag 19 februari 2012

Onzinnige discussie over prestatiebeloning bij Haagse Hogeschool?

Lees hier: 2012-02: hogeschool betaalde begeleider

Kijk hier: Uitzending 1Vandaag, 15-02-'12

Afgelopen week was er weer eens veel politieke ophef, dit keer over een actie van de Haagse Hogeschool. De onverlaten hadden een externe scriptiebegeleider aangenomen op een no-cure, no pay-basis. Voor elke geslaagde scriptie kreeg de begeleider de som van €1200,= voor ± 40 uur werk.
Ik ga het hier nu niet hebben over het belachelijke uurloon van deze ZZP-er (toch minstens HBO-geschoold), maar over het achterliggende denkmodel.

Het bijzondere was, dat de begeleider zelf mede-beoordelaar was. Alle politieke partijen stuiterden hier over heen, de onvolprezen Jasper van Dijk voorop (Zie: Dossier InHolland). Slagers, die hun eigen vlees keuren, rij-examinators, de voorbeelden waren niet van de lucht.
Ook onze staatssecretaris Halbe Zijlstra reageerde, dat dit echt niet kon en heeft de Inspectie ingeschakeld.
En was het niet dezelfde staatssecretaris, die met veel tromgeroffel afgelopen jaar experimenten met prestatiebeloning in het onderwijs heeft ingevoerd. Degelijk wetenschappelijk onderzoek moet uitwijzen of en hoe dit kan werken.



Maar is er dan veel verschil tussen deze arme ZZP-er en een reguliere docent, die straks in aanmerking komt voor prestatiebeloning? De docent heeft gelukkig al zijn vaste loon en een rechtspositionele bescherming, waar velen in de profit-sector hun vingers bij af zouden likken.
Maar die vaste docent beoordeelt nu en straks ook zelf de proefwerken en werkstukken van zijn leerlingen. Zal dezelfde verleiding ook niet zijn deel worden?
Om voor de prestatiebeloning in aanmerking komen, zal hij geneigd zijn leerlingen hoger te beoordelen en zwakke leerlingen uit zijn klas te verwijderen, linksom of rechtsom. In het laatste verschilt hij niet van ziekenhuizen, die gecompliceerde patiënten doorsturen naar het Academisch Ziekenhuis. Ook de school zal geneigd zijn zwakkere broeders en zusters niet te accepteren en/of te verwijderen, tenzij er natuurlijk een financieel compenserend rugzakje komt.

Kortom, de Haagse Hogeschool geeft een prachtig voorbeeld hoe prestatiebeloning kan worden toegepast. Als ik Halbe was, stuurde ik er een paar wetenschappers op af om te zien wat het rendement is van deze innovatieve ingreep avant la lettre.
En dhr. Otto, directeur facility management krijgt een bonus, omdat hij zo goedkoop weet in te kopen!

Regeling experiment prestatiebeloning

maandag 18 april 2011

The Obvious Choice

Case Studies



Het recyclingbedrijf, handelend in schroot, had een probleem. Door steeds strenge eisen van de overheid en kostenstijging door inflatie kwam het bedrijfsresultaat steeds meer onder druk te staan. De bruto winst in harde munt per levering was vrijwel constant en het bedrijf zat op de grenzen van de capaciteit. Waren grote investeringen nodig? Zou dit helpen?

De lange zoektocht naar extra capaciteit begon. Het was van groot belang, want de schrootwerf was vol, waardoor processen vertraging dreigden op te lopen. De stijgende overheadkosten absorbeerden een steeds groter deel van de bruto-marge. Het ruimte gebrek op de werf zou er wel eens toe kunnen leiden dat “spontaan” (dus niet-ingeplande) aangeboden vrachten misschien geweigerd zouden moeten worden. En dat terwijl de concurrent slechts een paar straten verderop zat. In deze branche werd omzet bepaald door de hoeveelheden “die je uit de markt kan trekken”. Vrachten naar de concurrent sturen? De gedachte alleen al…

Ik overdacht de mogelijkheden om de capaciteit te vergroten; er werd immers een advies verwacht.

Wanneer je aan het eind van de dag nog steeds een wachtrij met min of meer dringende klussen hebt, dan is de eerste reflex om voor overwerk te kiezen. Dit werd al regelmatig gedaan, dus er was weinig ruimte voor en bovendien bood het geen structurele oplossing. Een ander alternatief zou zijn om in ploegen te gaan werken, maar dit was niet toegestaan binnen de huidige vergunningen. Nieuwe vergunningen zouden op veel andere punten ook nieuwe eisen meebrengen die weer grote investeringen zouden eisen. Dit was dus geen haalbare optie. Bovendien waren er tal van operationele bezwaren.

Het schroot dat de werf verlaat, wordt in containers geladen met behulp van een kraan. De kraan pakt een hap schroot van de voorraad, legt het op de grond, twee of drie sorteerders halen de “vreemde” bestanddelen eruit, waarna het schroot door de kraan weer opgepakt en in de container wordt gegooid. Gedurende dit hele proces is de beschikbaarheid van de kraan noodzakelijk. We hadden er drie. Redelijk nauwkeurige berekeningen hadden ons geleerd dat de directe kosten van een kraan met de bijhorende mankracht, de machinist en twee sorteerders € 125 per uur waren. Ik weet waarom dit op deze wijze door mijn voorganger was berekend, maar het gegeven was een eigen leven gaan leiden. Het was dus redelijk frustrerend om te zien dat een dergelijk relatief goedkope uitbreiding van de capaciteit door andere, niet beïnvloedbare, zaken werd tegengehouden.

De aanschaf van een extra kraan zou ook een nieuwe vergunning vergen en gaf bovendien het risico van (ongedekte) overcapaciteit. De totale capaciteit zou immers met 33% toenemen.

Toch moest de omloopsnelheid op de werf omhoog. De hogere bruto-marge was nodig voor een gezonde financiële toekomst. En, niet minder belangrijk, voor de bescherming van de marktpositie.

Deze uitdaging overdenkend ijsbeerde ik door mijn kantoor dat uitzicht gaf over de werf. Het liep tegen de middag en er was een gezonde activiteit. Kranen draaiden rond en wanneer het schroot in de container vlakbij aangestampt werd, trilde de vloer van mijn kantoor licht mee. Het was het gevoel van bedrijvigheid.

Plotseling werd het stil en het trillen hield op. Het was half één en de mannen gingen schaften en klaverjassen. De werf lag erbij alsof Tita-tovenaar hem stilgelegd had. Na drie kwartier kwamen de heren weer naar buiten. De kranen werden gestart. Er werd echter nog niet gesorteerd en geladen. Eén van de kranen reed naar de weegbrug waar ook de dieselpomp was en werd afgetankt, een klusje dat een kwartier duurde. De andere kranen reden rond en ruimden de restanten van de ochtend op en deden allerlei andere klusjes. De sorteerders liepen rond, rookten hun sjekkies en wachtten tot de kranen weer beschikbaar waren om het laden/sorteren te hervatten. Gedurende drie kwartier (alle drie de kranen moesten tanken) was men druk met de kranen, liepen er zes mannen voor het mooi rond, maar er werd geen waarde gecreëerd.

Raar eigenlijk, dacht ik, terwijl de mannen lunchten wachtten de kranen en nu de kranen tanken, hun lunch, wachten de mannen. Waarom doen ze het niet tegelijk?

Voortbordurend op deze gedachte, zag ik plotseling een mogelijkheid om de tijd waarin waarde gecreëerd wordt met drie kwartier te verlengen. Wanneer we elders op de werf twee of drie man aanwijzen die later gaan lunchen en tijdens de lunchpauze van de anderen de opruimwerkzaamheden doen, de kranen aftanken en ervoor zorgen dat men om kwart over één weer full speed van start kan gaan, dan winnen we dus drie kwartier productie tijd zonder extra kosten. Bij een werkdag van 8 uur is dit bijna 9,5%. Een stijging van de brutomarge met 9,5 procentpunt is indrukwekkend. Wat betekent dit voor de netto-winst? Het begint mij te duizelen. Er zijn geen extra kosten, dus de extra bruto-marge is netto-winst? Had Goldratt toch gelijk? Is het zo simpel? Over hoeveel geld hebben we het? De snelste berekening is simpelweg om de brutowinst per uur te berekenen: dat is dus €1200 per uur. In drie kwartier is het dus € 900; dit gedurende 260 dagen is dus bijna een kwart miljoen… Te mooi om waar te zijn.

Ik heb die middag de algemeen directeur enthousiast op de hoogte gesteld van mijn bevindingen. Hij keek mij verbaasd aan, schudde zijn hoofd en zei: “Het is nog geen vrijdagmiddag en je hebt toch al aan de borrel gezeten?” Een wat meer gestructureerde uitleg leidde tot de beslissing om het een maand lang te testen en de resultaten nauwkeurig te volgen.

Het resultaat bevestigde de theorie. Het was eigenlijk te simpel om over op te scheppen. Wij hebben de oorzaak van de resultaat verbetering meerdere malen aan ons moederbedrijf moeten uitleggen. Sinds die tijd betekent TOC voor mij niet alleen Theory of Constraints maar ook, en misschien wel meer, “The Obvious Choice”.

Toch houdt het verhaal hier niet op. Niet lang nadat wij de wijzigingen tot standaard gedrag gepromoveerd hadden, hoorde ik de keurmeester tegen de werfbaas zeggen: “Die vracht die net binnen kwam, die was van een beroerde kwaliteit. Daar hebben we een uur extra sorteertijd voor nodig. Ik heb € 250 van de rekening afgetrokken, dus daar houden we mooi € 125 extra aan over.” (Zoals gezegd waren de directe kosten van een kraan met sorteerploeg € 125 per uur).

“Ben ik gek? Draai ik door? Of klopt dit echt niet?” vroeg ik mij af. Wij geven een uur productietijd, dus de kans om € 400 aan waarde te creëren op, in ruil voor € 250… en noemen dat een “goeie deal”.

Om een lang verhaal kort te maken: vanaf dat moment was de “strafkorting” voor onvoldoende kwaliteit € 400-500 per extra uur. Hierdoor steeg de kwaliteit dermate dat er meer vrachten direct naar onze afnemers kon. Hierdoor nam onze handelscapaciteit nog meer toe.

Uit dit verhaal blijkt dat een goede beslissing, het volgen van een nieuwe gedachte, tot extra onvermoede voordelen kan leiden. Gewoon door de veronderstelde “facts of life” even naast je neerleggen…

Mooi hè?

En welke vanzelfsprekendheden gelden in uw bedrijf?

Wilt u het weten, kom dan naar onze training over TOC.....

Klik hier voor de schematische weergave (de CRT) van dit verhaal. Tijdens de training bij Creative Trainers leert u hoe dergelijke CRT's te construeren.

Gert Laman

maandag 7 maart 2011

Zorgpad: efficiënt door het ziekenhuis heen

Steeds meer ziekenhuizen leggen ‘zorgpaden’ aan: vaste trajecten die alle patiënten met een bepaalde aandoening afleggen. Zo zijn ze eerder het ziekenhuis weer uit. En nog beter ook.
‘Ik dacht: wat Toyota kan, dat moet een ziekenhuis toch ook kunnen. Daarom propageer ik de aanleg van zorgpaden in ziekenhuizen,’ zegt econoom Guus Schrijvers, hoogleraar volksgezondheid aan het UMC Utrecht, in NrcHandelsblad van 26 februari.
Nicolette Huiskes, medisch adviseur van zorgverzekeraar CZ, zegt in de krant over de zorgpaden: “Een zorgverzekeraar die zorg inkoopt, wil weten wat een ziekenhuis precies doet, hoe de behandeling eruitziet, of het resultaat goed is, of patiënten tevreden zijn. Tot een paar jaar geleden was daar geen taal voor.”
Die taal is ondertussen overgewaaid uit Japan en Amerika. Nederlandse ziekenhuizen zijn aan het toyotiseren, ze worden lean, of volgen sixsigma-procedures voor de kwaliteit- en tijdbewaking. Steeds vaker leggen artsen en verpleegkundigen alles vast in zorgpaden. Een patiënt die aan een pad begint krijgt van tevoren te horen welke behandeling hij krijgt, hoe lang hij onderweg is, welke gevaren hij loopt en wat hij aan resultaat kan verwachten. De zorg is hierdoor sneller en efficiënter, en de wachttijden voor patiënten zijn korter.

28 februari 2011, bron: ZM magazine

Zorgpaden moeten echter wel goed in relatie staan met wat er verder in het ziekenhuis gebeurt.
Het komt regelmatig voor, dat snelle zorgpaden leiden tot vertraging in een ander deel van de behandelprocessen.

Dwarsdenker

zondag 28 november 2010

InHolland, een samenvatting

Hier een samenvatting van alle ontwikkelingen rond de diplomafraude bij InHolland, het onderzoek van de commissie Leers en de gevolgen en stappen tot nu toe.

Lees verder op deze pagina ....
Lees ook:
Dwarsdenker: De rel bij InHolland en boerenverstand
Dwarsdenker: Mijn naam is haas
Dwarsdenker: Kunnen studenten sneller afstuderen?

14/4/2010: Onderwijs bij InHolland deugt niet!

14/7/2010: Diploma-fraude InHolland?

14/07/2010:Strengere eisen voor frauderend hbo

20/7/2010: Diploma-fraude hoger onderwijs breidt zich uit

6/9/2010: Waardeloze diploma’s?

8/9/2010: 'Wij willen studenten kunnen weigeren!"

23/9/2010: Het rapport van de commissie Leers.

11/10/2010: Geert Dales weg bij InHolland

18/11/2010: Kamerdebat 'diplomafraude"

22/11/2010: Bestuur InHolland per direct op non-actief gesteld.

26/11/2010: Verloedering van het hbo moet nu stoppen

donderdag 29 juli 2010

Kunnen InHolland en andere scholen studenten sneller laten afstuderen?


Inleiding

De afgelopen week zijn we geconfronteerd met een stroom berichten over mogelijke fraude in het HBO. Volgens reportages bij EenVandaag kregen "eeuwige" studenten bij InHolland onterecht hun diploma. Uit de reacties op die uitzending bleek dit verschijnsel op meer plekken in het gehele voortgezette onderwijs voor te komen. Er werd al snel geroepen om een parlementaire enquête, er werden strenge maatregelen beloofd door bestuurders van scholen, de HBO-raad ontkende alle problemen, kortom veel gedoe over het probleem, maar weinig ging over oplossingen.
Aanleiding genoeg om daar nader op in te gaan, waarbij ik zowel cijfers uit het MBO als het HBO meeneem.

Het probleem van de schoolverlater en de eeuwige student


In januari 2010 verscheen een interessant rapport van de WRR (de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid) met als titel "Vertrouwen in de school".
Dit rapport is een zoektocht naar de vraag, hoe scholen kunnen voorkomen dat zogenaamde 'overbelaste' jongeren voortijdig het onderwijs verlaten. Dat zijn leerlingen die gebukt gaan onder een opeenstapeling van problemen, uiteenlopend van beperkte vaardigheden en gedragsproblemen tot gebroken gezinnen, chronische armoede, schulden, verslaving, criminaliteit in de directe omgeving, etc.
Deze jongeren zouden wellicht graag een schooldiploma willen halen, maar de cumulatie van problemen vergt zo veel van hun incasseringsvermogen dat het hen op zeker moment eenvoudig te veel wordt en zij voortijdig de school verlaten.
Veel van deze 'overbelaste' leerlingen wonen in de vier grote steden.

Wat is het globale beeld?

Een eerste blik op de beschikbare cijfers is weinig opwekkend: van de circa 200.000 kinderen die jaarlijks het voortgezet onderwijs instromen, blijkt ongeveer een kwart vroeg of laat in hun schoolcarrière uit te vallen. Zij tellen als voortijdig schoolverlater (vsv-er).
Kijken we alleen naar het (v)mbo, dan is het beeld nog pregnanter: van de circa 110.000 instromers valt zelfs meer dan veertig procent vroeg of laat uit. Wat betreft de ontwikkeling in de tijd: de uitval is weliswaar al een aantal jaren aan het dalen, maar dat gaat met erg kleine stapjes.

Het is duidelijk dat we over een groot maatschappelijk probleem praten: de kosten van uitval voor de Nederlandse economie in termen van productieverlies enerzijds, van herstel en correctie via hulpverlening, justitie en uitkeringen anderzijds lopen vermoedelijk eerder in de miljarden dan in de miljoenen. Dit ondanks het feit dat een gedeelte van deze schoolverlaters toch werk vindt of later alsnog een opleiding gaat volgen. Het is bovendien een multigeneratieprobleem. Een lage sociaal economische status van de ouders is een goede indicator voor schooluitval.

Kijken we naar oplossingen, die de WRR aandraagt, dan valt op, dat de slinger van de klok weer terug lijkt te gaan.
De WRR pleit voor schaalverkleining, small wordt weer beautiful. We komen er achter, dat de grote leerfabrieken leiden tot anomie, gebrek aan identificatie en geborgenheid. Er moeten weer kleine scholen komen, waar een enthousiast team van docenten zorgt voor hun leerlingen, waar vader- of moederfiguren rondlopen en de leerling zich gezien en erkend weet. Duidelijkheid en structuur zijn nodig naast warmte en aandacht.
Dat vraagt om leraren, die verder kijken dan hun vak, die zich het aantrekken dat hun leerlingen dreigen uit te vallen en die meerdere vakken kunnen geven. Niet alle docenten zijn hiertoe in staat.

Bezien we de cijfers over het HBO (bron: CBS), dan is 57% in 5 jaar afgestudeerd en 75% na 9 jaar. 20% is dan al afgehaakt.
In het HBO zien we nog een aantal andere uitval redenen: uitgeloten, die een parkeerstudie doen, werkenden of ouders, die bezwijken onder de combinatie school-werk-thuis, financiële problemen.
Vanwege de combinatie onderwijs-intelligentie-motivatie-focus-persoonlijke omstandigheden lukt het hen niet om de studie af te ronden.
Zij verlaten de school zonder diploma, de school mist die €10.000, die ze wel geïnvesteerd heeft.
_________________________________________________________

"Docenten beoordeeld op snelheid"

25 juni 2010 / ANP (Bron: VK-banen)
De HBO-raad vindt het een goed idee dat docenten ook worden beoordeeld op het tijdig inleveren van proefwerken en tentamens.
Leerlingen van de Hogeschool Rotterdam hadden zich beklaagd over enkele docenten die soms wel heel lang doen over het nakijken.
Het college van bestuur van de hogeschool reageerde als een onderneming met de leus 'klant is koning'. De docenten worden nu strak gehouden aan de twintig werkdagen die staan voor het nakijken van proefwerken en tentamens. Wie zich daar niet aan houdt, krijgt dat ook te horen en te zien in zijn of haar beoordeling. Niet dat ze direct ontslagen worden, want er zijn meer criteria om een docent te beoordelen.

Een woordvoerster van de HBO-raad, de vereniging van hogescholen, zegt zich bij dergelijke maatregelen alles te kunnen voorstellen. Voor zo ver ze kan nagaan zijn er geen andere scholen in Nederland die dergelijke criteria kennen om docenten te beoordelen. 'Wij kunnen ons voorstellen dat andere scholen hier ook mee gaan werken', aldus de woordvoerster van de HBO-raad.
In enkele gevallen duurde het maanden langer dan afgesproken voordat leraren het nagekeken werk teruggaven aan leerlingen. Gerard Drielen, lid van het college van bestuur, benadrukt dat het weliswaar om uitzonderingen gaat, maar dat het college een serieuze zaak wil maken van wat hij noemt 'de kleine ergernissen'.
______________________________________________________________

Pareto en Goldratt

Wat ik zeer gemist heb in de adviezen van de WRR, is aandacht voor de inrichting van het onderwijsprogramma.
Daarvoor grijp ik terug op de Wet van Pareto, ook wel bekend als de 80/20 regel en het werk van Goldratt (zie mijn eerdere blog).


De Wet van Pareto gaat uit van de zogenaamde normaalverdeling. Toegepast op bv studenten in het HBO-onderwijs, zegt deze wet dat 20% van de studenten de studie met gemak aankan en 80% er echt voor moet werken of anders: 20% kan de studie niet aan, 80% kan het halen, maar als dat 9 jaar moet duren?.
Onderwijs en lessen zijn vooral geconcentreerd rond de 60% in het midden, de wet van de grootste gemene deler. Onderwijs wordt gegeven op generieke modellen, iedereen moet door dezelfde molen. Hetzelfde probleem was al bekend uit het basisonderwijs, erg slimme en erg domme leerlingen kwamen te weinig aan hun trekken. Daar wordt nu met veel moeite wat aan gedaan.

Eli Goldratt is vooral bekend door zijn managementboeken uit de profitsector. Hij beschouwt het maken van producten als een keten van opeenvolgende handelingen, die in een systeem samenhangen. Het is volgens hem de kunst om de zwakste schakel te zoeken en deze te versterken. Lukt dit, dan wordt de keten als geheel sterker. Er ontstaat een nieuwe zwakste schakel, die na versterking leidt tot een nog betere keten. In zijn ideeën over onderwijs beschouwt hij een diploma als het gewenste eindproduct en vraagt elke student om een eigen projectmatige aanpak om het gewenste doel te bereiken.
In een verkennend onderzoek afgelopen jaar bij de Hogeschool Rotterdam, gebruikmakend van een onderzoek uit Israël, hebben wij met docenten en management dit model getoetst en uitgewerkt.
Op het moment van onze binnenkomst verkeerde de opleiding in zwaar weer. Onvrede bij studenten, docenten, management en CvB over de studie was groot. Veel uitval van lessen, studenten en docenten. Management dat uit alle macht probeerde de neerwaartse spiraal te doorbreken.
In een tweedaagse conferentie hebben we de doelstelling van de HBO-opleiding vastgesteld, onderzocht wat de belangrijkste belemmeringen waren en daar oplossingen voor gevonden, die haalbaar waren.

Doel, problemen en uitkomsten

Het doel is gedefinieerd als zoveel mogelijk studenten zo snel mogelijk opleiden tot goede beginnende beroepsbeoefenaren.
Problemen konden ondergebracht worden in 3 grote groepen, ik beschrijf hier de grootste belemmeringen en oplossingen:
  • Het gedrag van studenten: hoe staan zij in de opleiding, hoe gaan zij om met tegenslag, is er hulp en aandacht, hoe gebruiken zij de school en medestudenten om hun doel te bereiken.
    De oplossing was een leercontract waar school en student zich aan committeren. Als school wil je geen energie verspillen aan mensen, die niet willen, wel aan studenten die niet kunnen.
  • Het onderwijsproces, de kunst van het lesgeven. Het grootste probleem, dat we getackeld hebben, is de uniforme wijze van lesgeven aan alle studenten. De huidige situatie; of je dom of slim bent, je krijgt een jaar (of een trimester) een vak. Waarom dat zo moet, is ingegeven door schoolorganisatie, niet door de behoefte van de student. De oplossing was een diagnostische toets aan het begin, zodat studenten een beeld krijgen waar ze staan en wat ze nog moeten leren. Halverwege een tussentoets. Wie daar goed op scoorde, hoefde de lessen verder niet te volgen en kon zijn energie elders inzetten. De winst voor de docent: een kleine klas voor het vervolg, waarbij duidelijk was, waar de problemen lagen, meer aandacht voor het individu (één van de grootste klachten in het huidige HBO).
    Daar kwamen zaken bij als:
    • vakken meer geconcentreerd geven, dus niet meer verspreid over jaren, maar bv in een half jaar en
    • vakken vaker geven door gebruik te maken van moderne media (lessen terugkijken via video, bv)
    • toetsen zo veel als toegestaan is binnen (wettelijke) kaders mogelijk maken
    • moeilijke vakken zo snel mogelijk aan het begin van de opleiding, zodat er voldoende tijd was om het vak alsnog te halen.
  • Aanpak van het hele systeem, uiteenvallend in twee elementen, dagelijkse logistiek en projectmanagement.
    • Dagelijkse logistiek gaat eerst over het combineren van klassen, docent, studenten en tijd, dit communiceren, ook als er veranderingen zijn door uitval. Een belangrijk probleem bij het roosteren waren de verworven rechten van docenten. De ene docent moet zijn kind van de BSO halen, de ander doet zijn stagebezoek altijd op donderdag, etc. We hebben eerst groepen van docenten gevormd, die samen verantwoordelijk zijn voor een cluster vakken en elkaar kunnen vervangen, daarna moest er gekeken worden naar de legitimiteit van alle uitzonderingsregels.
    • Projectmanagement: onderwijs gaat ten onder aan projecten. Om bij te blijven bij de eisen van de tijd, het ministerie, het management en het vak starten opleidingen talloze projecten op. Het gevolg: door de bomen het bos niet meer zien, halve bijdragen aan alle projectgroepen waar men in zit, veelal niet op tijd en niet conform afspraak klaar, geen tijd voor onderwijs, etc. Goldratt heeft hiervoor multiprojectmanagement bedacht met als hoofdpunt, dat er nooit meer dan 8-10 projecten mogen lopen en de rest in de pijplijn gaat. Een nieuw project mag alleen starten als een lopend project klaar is of stil gelegd wordt.
     
Conform dit laatste punt zijn wij met elkaar tot een projectaanpak gekomen, waarin eerst 6 en vervolgens 4 (deel)projecten gestart moesten worden. Daarin werd het bovenstaande en nog veel meer aangepakt. Aan het eind waren deelnemers ervan overtuigd, dat het zo mogelijk was om de 4-jarige opleiding in 3 jaar te laten doen door een deel van de studenten.

Wat valt er te leren voor InHolland en andere scholen uit dit voorbeeld?

Uitgangspunten: de huidige regeling in het HBO, waarbij een school €10.000 per student krijgt is op zich geen perverse regeling, zoals gesuggereerd is in de uitzendingen van EenVandaag. Het oude lumpsumsysteem, waarbij de school altijd een vast budget kreeg, was geen stimulans voor snelle uitstroom, dit wel. Ten tweede ga ik ervan uit, dat opleidingen en docenten hun uiterste best doen om hun studenten te helpen om dat diploma snel te halen. Dat ze niet altijd de juiste dingen doen, moge duidelijk worden uit de nu geconstateerde praktijk. Einstein zei: "Je kunt problemen niet oplossen met dezelfde middelen als waarmee je ze gecreëerd hebt."
De manier van denken, die wij hier introduceren, vraagt een grote verschuiving in denken, een totaal andere manier van organiseren. Het biedt wel grote kansen om mensen snel en succesvol naar de arbeidsmarkt te brengen en de zogenaamde "Theo-routes", zoals de versnelde variant bij InHolland bekend staat, te voorkomen.

Siebo Hakse, Dwarsdenker
Lijkt u dit een oplossing voor uw opleiding of school, mail ons op
info@taotao.nl

vrijdag 16 juli 2010

De rel bij InHolland en boerenverstand




Goldratt is een van de meest revolutionaire denkers over management van de afgelopen decennia.
Zijn denkbeelden over Constraints, logistiek en het denken van mensen, gebaseerd op logica, hebben al velen, zowel individueel als in organisaties geïnspireerd.
Er is nu een groep op LinkedIn, waar men zich inspant om hem die Nobelprijs te geven.
Een van zijn meest fameuze uitspraken is: "Zeg mij hoe ik beoordeeld wordt en ik zal u zeggen, hoe ik mij zal gedragen."
Daar moest ik deze week weer aan denken bij het nieuws over de hogeschool InHolland en het artikel in de Volkskrant over de bonussen in de bankwereld.

sitestat
 

InHolland

Om even uw geheugen te scherpen. Bij InHolland lijkt er sprake te zijn van diploma fraude. Volgens de berichten hebben zo'n 250 ouderejaars studenten, die nog steeds niet waren afgestudeerd, met minimale inspanning hun diploma cadeau gekregen. Een hogeschool krijgt € 10.000 voor elke afgestudeerde, dus in Holland verdient met deze manoeuvre 2, 5 miljoen. Het gevolg: een golf van verontwaardiging gaat door Nederland, de PVV stelt Kamervragen, de Inspectie komt in het geweer en de voorzitter van het CvB kan het zich niet voorstellen, maar belooft maatregelen als het waar is.
Uit reacties op Internet en bij EenVandaag lijkt het erop, dat dit een goed gebruik is bij alle scholen, die op basis van deze regel beloond worden.

Wat mij betreft een fabuleus voorbeeld van de uitspraak van Goldratt. Als onderwijsinstellingen hun geld moeten binnenkrijgen mede op grond van het aantal afgestudeerden, dan is die instelling er bij gebaat om zoveel mogelijk mensen te laten afstuderen. Dat is logisch.
Natuurlijk kun je dat doen door erg goed onderwijs aan te bieden, maar dat kost veel inspanning, tijd en mogelijk ook geld. Lukt het niet langs die kant, dan zul je geneigd zijn alternatieven te bedenken.
Dat kan door je normen in het onderwijs te verlagen, zowel in de voorfase als bij het afstuderen.
Als dan de moraal intern niet klopt, externe instanties onvoldoende toezicht uitoefenen en/of het hoger management dit soort praktijken toelaat of toejuicht, is de zogenaamde Theo-route geboren.

Een ander voorbeeld van de regels van Goldratt in het onderwijs, is de peildatum van 1 oktober in het eerste jaar. Het aantal studenten dat op dat moment aanwezig is, bepaalt de eerste inkomsten van de school. Per student ontvangt de onderwijsinstelling € 4000. De regel van Goldratt volgend, is een school dus gebaat bij zoveel mogelijk studenten op de peildatum, waarna een deel snel mag afvloeien, zodat de klassen goed gevuld kunnen worden. Volgens mijn informatie gebeurt dit ook.

Een uitstapje naar de banken en het bedrijfsleven

In de Volkskrant van 10 juli 2010 ging het over het geven van bonussen in het bedrijfsleven. Uit een onderzoek van de Hay Group bleek dat niet meer konden uitleggen waarom ze bonussen hadden ingevoerd, laat staan dat ze wisten wat het opleverde.
Welk gedrag kan je verwachten bij een individuele bonus? Korte termijn-denken, een focus op omzet en winst en niet op lange termijn effecten, overschatting van positieve uitkomsten een onderschatting van risico's, gebrek aan collectief denken ten faveure van de eigen portemonnee.
Het voordeel van bonussen? Geen structureel hoge salaris- en pensioenkosten. Beloning van gewenst gedrag en meegaan met de markt. Als iedereen bonussen geeft, kun je alleen goed personeel krijgen, als je dat ook doet. Een in het artikel worden Triodos en Menzis genoemd als organisaties zonder bonussen, die door hun opstelling medewerkers aantrekken, die meer of andere belangen hebben dan hun portemonnee.

Een prachtig voorbeeld deze week van eng financieel denken, was de farmacie gigant MSD, het voormalige Organon in Oss. 2000 banen weg, productie naar lage lonenlanden, onderzoek wordt met name naar Amerika verplaatst. Gaat het MSD dan zo slecht? Nee, zo staat het in een nieuwsbericht, maar ze moeten opereren in een agressieve markt.
Kortom, als shareholdervalue het belangrijkste is, ga je toch voor de sanering en de ongetwijfeld aantrekkelijke bonus, die hier aan verbonden is. En opnieuw heeft Goldratt gelijk.

Nog even naar onderwijs en zorg

In onderwijs en zorg is het normaal, dat je salaris wordt afgemeten aan de omvang van je organisatie.
Wat doet u dus als u in het College van Bestuur van een onderwijsinstelling zit? Je kijkt of je met je concurrenten kunt fuseren en probeert elkaar zoveel mogelijk studenten af te snoepen. Dat heet marktwerking. Dat laatste kan weer op twee manieren: zorg dat je goed onderwijs geeft en dat dit bekend wordt of het opstarten van nieuwe, modieuze opleidingen. Dat moet dan wel snel voor dat de concurrentie je voor is, dus start je eerst en kijkt pas dan naar kwaliteit en werkgelegenheid.

In dat concurrentie denken past ook het behandelen van de diverse onderdelen van een Hogeschool als zelfstandige bedrijfsunits, die zelf hun broek moeten ophouden. En daar geef je management dan weer een bonus voor. Logisch en slim bedacht, managers worden gedwongen verantwoordelijkheid te nemen . Maar zeg je dat nog steeds als je de manager van Media en Entertainment Management bent en geconfronteerd wordt met een stuwmeer aan niet afstuderenden?

Conclusie

Goldratt heeft gelijk. Ik pleit voor een negende minister. Deze hoeft zich maar met één zaak bezig te houden, het beoordelen van de regels van de overheid op dit soort ongewenste neveneffecten. Want laten we wel bedenken, die regels zijn ooit met goede bedoelingen bedacht.
Had mijn moeder toch gelijk, de mens is geneigd tot alle kwaad.

Siebo Hakse


Bronnen:


Nova


NRC


MSD Nieuws